Nederland weet onvoldoende over zijn eigen slavernijverleden en hoe dat verleden doorwerkt in racisme en discriminatie in de hedendaagse samenleving. Dat zei minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) woensdag in een toespraak tijdens Keti Koti, de jaarlijkse herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij.

"Zolang de ene Nederlander de andere discrimineert, op basis van zijn of haar huidskleur, zijn we nog elke dag getuigen van een vreselijk verleden," sprak de minister.

Van Engelshoven ziet dat discriminatie zich uit in "scheldpartijen, vernedering, haat en geweld", maar ook in de systemen zit. "Welke vorm discriminatie ook heeft: het wordt onvoldoende erkend en doorbroken."

De woorden van de minister sluiten aan op de recente erkenning van premier Mark Rutte dat in Nederland sprake is van institutioneel racisme. Onder institutioneel racisme wordt onder meer discriminatie op de arbeidsmarkt en woningmarkt en etnisch profileren verstaan; structuren binnen instituties met macht die groepen mensen ongelijk beoordelen en behandelen.

De minister verwees in haar toespraak naar de wereldwijde Black Lives Matter-demonstraties die ook in Nederland duizenden mensen op de been brachten. "Wat er de afgelopen maand gebeurde, voltrekt zich in een tijd waarin Nederland ontdekt, en bekent, dat we nog lang niet uitgeleerd zijn over onszelf", aldus de bewindsvrouw.

Afschaffing slavernij herdacht in het Oosterpark in Amsterdam
161
Afschaffing slavernij herdacht in het Oosterpark in Amsterdam

'We weten te weinig over Nederlandse rol in slavenhandel'

"Als er één periode in de geschiedenis is waar we bar weinig van willen weten - of pijnlijker nog - die we de rug toekeren, dan is het wel de Nederlandse rol in de slavenhandel."

Van Engelshoven vindt het tijd om nu wel terug te kijken naar dat verleden. "Terugkijken naar een tijd waarin zoveel rijkdom is vergaard, en harteloos ingewisseld voor onvoorstelbaar veel angst, pijn, verdriet en geweld." De minister ziet dat in Nederland naar allerlei redenen wordt gezocht om het vooral niet over discriminatie te hebben. "De stille, witte meerderheid wordt nerveus als het woord 'racisme' valt."

Volgens de minister is het zaak dat er juist wel naar de geschiedenis wordt gekeken, omdat dat slavernijverleden dichterbij is dan velen denken. "In de verhalen van zwarte grootouders, en hún vaders en moeders."

Excuses voor het slavernijverleden zijn er niet gekomen. Het kabinet kwam onlangs met excuses voor het Nederlands geweld in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië en met excuses voor de rol van de Nederlandse overheid in de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog.

D66 en CU willen excuses voor slavernijverleden

Binnen de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie liggen de opvattingen over excuses voor het slavernijverleden te ver uit elkaar. Tot op heden hebben opeenvolgende kabinetten spijt, berouw en schaamte uitgesproken. D66 en ChristenUnie roepen het kabinet na de Keti Koti-toespraak op om alsnog met excuses voor het slavernijverleden te komen.

Rob Jetten (D66): "We moeten historische verantwoordelijkheid nemen voor onze geschiedenis. Dat kan alleen als we het leed erkennen van veel mensen en onze excuses aanbieden voor ons eigen handelen."

Minister Kajsa Ollongren maakte eerder op de dag bekend dat een zogenoemde dialoogcommissie onderzoek zal doen naar het Nederlands slavernijverleden. Wat Gert-Jan Segers (ChristenUnie) betreft zal een excuus een logisch gevolg zijn van dat onderzoek.

Ook GroenLinks vindt het tijd voor excuses.