Pensioenfondsen die er nu niet goed voor staan maar waarbij nog niet gekort hoeft te worden, moeten dat misschien toch doen bij de overgang naar een nieuw pensioenstelsel. Dat staat in de uitgewerkte pensioenplannen die minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Een jaar geleden werd het pensioenakkoord op hoofdlijnen gesloten en sindsdien is er een jaar door werknemers, werkgevers en kabinet onderhandeld over de precieze uitwerking.

Een van die afspraken gaat over de overgangsperiode naar het nieuwe pensioenstelsel. Tussen 2022 en 2026 krijgen pensioenfondsen de tijd om over te stappen naar dat nieuwe stelsel.

Er worden wel eisen gesteld aan de financiële gezondheid van de fondsen, maar details daarover zijn nu nog niet uitgewerkt.

Meeste pensioenkortingen volgend jaar van tafel

Twee weken geleden is afgesproken dat mogelijke pensioenkortingen ook volgend jaar voor veel fondsen worden uitgesteld. Net als voor dit jaar hoeven fondsen ook in 2021 niet te korten als de dekkingsgraad boven de 90 procent is. Dat betekent dat een fonds voor iedere euro aan pensioenverplichting 90 eurocent in kas heeft.

Normaal ligt die kortingsgrens bij een dekkingsgraad tot 100 procent, maar vanwege de "zeer uitzonderlijke economische situatie" door de coronacrisis krijgen pensioenfondsen in onderdekking wat langer de tijd om orde op zaken te stellen.

Vervolgens krijgen de pensioenfondsen de gelegenheid om op een "verantwoorde en evenwichtige wijze" over te stappen naar een nieuw stelsel, schrijft Koolmees aan de Kamer. Details daarover geeft de minister niet. Alleen dat er na overleg met de relevante partijen "een ingroeipad" wordt uitgestippeld.

Volgens bronnen in Den Haag wordt er gedacht om de ondergrens van de dekkingsgraad ieder jaar te verhogen tot het gewenste minimumniveau van 100 procent. Fondsen kunnen dan pas overstappen naar het nieuwe stelsel als ze eerst snoeien in de pensioenen.

Het is vooralsnog de vraag hoe het "ingroeipad" wordt vastgelegd in wetgeving. Het is de afgelopen jaren duidelijk geworden dat de politiek niet graag zijn vingers brandt aan pensioenkortingen, zeker niet omdat veel uitkeringen de laatste jaren toch al niet zijn meegegroeid met de prijzen (indexeren). Het is bovendien ook geen populaire boodschap in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in maart volgend jaar.

Pensioenen sneller korten en sneller verhogen

Met het nieuwe stelsel moeten de pensioenen makkelijker meebewegen met de economie. Uitkeringen worden dan eerder gekort maar ook eerder verhoogd. Een ander belangrijk doel is het stelsel transparanter en persoonlijker te maken.

Verder hoopt het kabinet dat het nieuwe stelsel straks beter aansluit op de arbeidsmarkt. Die is in de loop der jaren flink veranderd; mensen werken niet meer hun hele carrière bij dezelfde werkgever. Er wordt vaker gewisseld tussen verschillende sectoren, sommigen worden zzp'er.

Een aantal dingen blijft hetzelfde zoals het collectief, verplicht sparen voor je pensioen. Uiteindelijk mag niemand er in de overgang naar een nieuw stelsel op achteruitgaan, al heeft Koolmees dat heel voorzichtig opgeschreven. Rentestanden en aandelenkoersen blijven onvoorspelbaar.

"Met de stelselwijziging beogen het kabinet en sociale partners geen versobering", aldus de bewindsman.