Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) hoopt dat de aanhoudende antiracismedemonstraties zorgen voor een kanteling in het maatschappelijk debat. En hoewel zij vindt dat de politiek ook naar zichzelf moet kijken, lukt het de D66-bewindsvrouw niet om op korte termijn met concrete maatregelen te komen om institutioneel racisme in Nederland te bestrijden en zijn de resultaten minimaal. "Ik snap de zorgen, maar het is niet makkelijk en ook niet morgen opgelost."

Wanneer besefte u dat in Nederland sprake is van institutioneel racisme?

"Toen ik jonger was dacht ik dat het vanzelf wel goed zou komen; we zijn een open en tolerant land, hier heeft iedereen dezelfde kansen. Maar naarmate ik ouder ben geworden, heb ik gezien dat het niet vanzelf gaat. Ook bij mij is dat een proces geweest."

U bent minister van Binnenlandse Zaken en ik denk dat niet veel mensen weten dat u ook verantwoordelijk bent voor het racisme- en discriminatiebeleid. Wat ziet u als uw belangrijkste bijdrage in het bestrijden van racisme en discriminatie?

"Ik stuur vandaag (maandag, red.) voor de derde keer een lijvige voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer waarin we uiteenzetten wat we op verschillende beleidsterreinen doen. Helaas is er niet altijd maatschappelijke aandacht voor. Nu wel, en daar is alle aanleiding voor."

De demonstranten vragen niet om een voortgangsbrief, maar willen weten wat de politiek gaat doen tegen arbeidsmarktdiscriminatie, stagemarktdiscriminatie, woningmarktdiscriminatie, discriminatie bij de politie. Wat kunt u concreet laten zien? Zijn er boetes uitgedeeld aan werkgevers? Zijn verhuurders veroordeeld?

"De demonstranten staan er omdat er te weinig aandacht is voor hun zorgen vanuit het kabinet. Ik snap dat, maar het is niet makkelijk en ook niet morgen opgelost. We hebben iedereen nodig: werkgevers, verhuurders, onderwijsinstellingen, de politie, de Belastingdienst. Niet alleen de politiek, maar iedereen moet zich verantwoordelijk voelen."

"Tegelijkertijd blijven wij meten, onderzoek doen en hard maken dat discriminatie wel gebeurt. De volgende stap is inderdaad: hoe ga je dat sanctioneren."

In de voortgangsbrief staan voornamelijk actieplannen en onderzoeken opgesomd die ergens dit jaar of volgend jaar afgerond zijn. Het kabinet regeert al drie jaar. Ziet u concrete resultaten en acties met betrekking tot de aanpak van discriminatie op de woningmarkt, arbeidsmarkt of stagemarkt?

"Laat ik het over mijn eigen beleidsterrein hebben. Uit onderzoek van De Groene Amsterdammer is in 2018 gebleken dat op de woningmarkt discriminatie op basis van afkomst plaatsvindt. Ondanks gesprekken en goede bedoelingen van de sector blijkt dat het nog steeds voorkomt, dus werken we nu met mysteryguests. Als blijkt dat er gediscrimineerd wordt, sluit ik niet uit dat we overgaan tot naming and shaming of aangiftes. Ja, het duurt lang. Ik zou ook willen dat het sneller ging."

In de brief schrijft u dat het kabinet "bewustwording en wederzijds begrip" wil stimuleren en zelf het goede voorbeeld wil geven. Vindt u bijvoorbeeld de uitspraak van minister Stef Blok, dat hij geen multiculturele samenleving kent die vreedzaam is, een goed voorbeeld?

"Daar heeft Blok van gezegd dat hij dat niet zo bedoelde. Dat is goed. Ik denk dat het betekent dat in onze maatschappij onbewuste vooroordelen leven waar we ons bewust van moeten zijn. Laten we dat erkennen en benoemen."

Na de snelwegblokkades van pro-Zwarte Piet-aanhangers in 2017 zei u dat u blij was dat de sinterklaasintocht zonder problemen is verlopen. Hoe kijkt u daar nu op terug?

"Zo heb ik het zeker niet bedoeld. Het ging hier om het recht op demonstratie, niet over waarom er gedemonstreerd werd."

Ieder jaar doet de VN-rapporteur onderzoek naar racisme en discriminatie. Het kabinet moet racisme en discriminatie actiever bestrijden, is keer op keer de oproep. Toch worden de aanbevelingen niet overgenomen.

"Het is goed als ogen van buitenaf meekijken, wij bemoeien ons als Nederland ook met de naleving van mensenrechten in het buitenland. De VN is een intergouvernementele organisatie waar wij onderdeel van uitmaken. Dat moeten we serieuzer nemen."

Een van de aanbevelingen is dat het kabinet meer aandacht aan het slavernijverleden en het kolonialisme moet besteden. Dat kan helpen om discriminatie en intolerantie tegen te gaan, zegt de VN.

"We moeten inderdaad open en eerlijk zijn over de Nederlandse geschiedenis. Om samen vooruit te kunnen moeten we ons verleden ook kennen."

Het kabinet kondigde vorig jaar aan met een dialoog te komen over het slavernijverleden gericht op een "bredere erkenning en inbedding van dit gedeelde verleden in onze samenleving". Dat dialoog is nog steeds niet gestart. Het schiet niet op, hè?

"Dat klopt. Ik hoop de Kamer zo snel mogelijk over de samenstelling van de dialoogcommissie te informeren. We willen meer doen, want we zijn niet ver genoeg."

Denkt u dat de aanhoudende demonstraties hebben gezorgd voor een kantelpunt in het racismedebat?

"Het is wel een omwenteling in de zin dat een hele grote groep jonge mensen zegt: wij willen dit niet. Ik zal niet zeggen dat alles nu goed komt, zo makkelijk is dat niet. Discriminatie en racisme is hardnekkig, het kost tijd."

"We moeten ook naar onszelf kijken. Kijk naar het kabinet, de samenstelling van de Tweede Kamer, maar ook naar de ambtenaren op de ministeries; dat is geen afspiegeling van de samenleving."

Premier Mark Rutte heeft altijd gezegd dat je je moet invechten als je gediscrimineerd wordt.

"Dat is geloof ik een oude uitspraak, maar het is natuurlijk onzin. Iedereen moet gelijke kansen hebben. Niemand hoeft zich in dit land in te vechten."