Oliebedrijven Shell en ExxonMobil en het kabinet zijn het niet eens geworden over de hoogte van de compensatie voor de stopzetting van de gaswinning in Groningen, schrijft minister Eric Wiebes (Economische Zaken) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Het gaat om een vergoeding van de kosten voor de gasopslag in Norg en de lagere inkomsten vanwege de versnelde afbouw van de gaswinning.

"Partijen zijn er helaas niet in geslaagd om langs de weg van onderhandeling op alle punten tot overeenstemming te komen", schrijft Wiebes. Daarom wordt de zaak voorgelegd aan een onafhankelijk arbitragepanel.

De gaswinning in Groningen wordt in 2022 in plaats van in 2030 stopgezet. Voor de gasopslag in Norg geldt de principeafspraak dat de opslag tot september 2027 wordt gebruikt. Over de extra kosten die daarbij komen kijken, worden de partijen het niet eens. Het arbitragepanel moet dat nu gaan berekenen.

De gemiste inkomsten vanwege de snellere afbouw van de gaswinning vormen een ander twistpunt. Shell en ExxonMobil, die in Groningen opereren onder de vlag van de NAM, willen een vergoeding. De Staat wil daar juist niet voor betalen. Ook deze kwestie wordt voorgelegd aan het arbitragepanel.

Shell en ExxonMobil krijgen 90 miljoen voor gemiste inkomsten

In september vorig jaar sloten Wiebes en de NAM een voorlopig akkoord over de versnelde afbouw. Daarin is afgesproken dat Shell en ExxonMobil 90 miljoen euro zouden krijgen ter compensatie. Vorige week oordeelde de Algemene Rekenkamer nog dat het onduidelijk is waaraan dat bedrag precies is uitgegeven.

Wiebes wil de Kamer alleen achter gesloten deuren inlichten over het vervolgproces. "Ik hecht aan vertrouwelijkheid gelet op de procespositie van de Staat in arbitrage", aldus de bewindsman.