Voormalig DENK-fractievoorzitter Tunahan Kuzu beschuldigt medeoprichter en Tweede Kamerlid Selçuk Özturk ervan meegewerkt te hebben aan de onthulling van vorige week waaruit bleek dat Kuzu een "grensoverschrijdende relatie" met een medewerker gehad zou hebben.

Kuzu spreekt in een maandag verschenen Facebook-post van een "politieke broedermoordaanslag" door zijn voormalige "strijdmakker" met wie hij in 2014 de PvdA verliet en DENK oprichtte.

Kuzu laat het er niet bij zitten en kondigt aan op een algemene ledenvergadering de leden van de partij een oordeel te laten vellen over de politieke toekomst van de partij. "Daarbij zal ik aanwezig zijn om mijn kant van het verhaal te vertellen en de leden ervan te overtuigen dat matennaaierij geen kernwaarde van DENK is", aldus Kuzu.

Kuzu schrijft dat hij door Özturk voor de bus is gegooid, nadat hij kritiek had geleverd op diens functioneren. DENK wist onder aanvoering van Özturk geen zetel in de Eerste Kamer te veroveren en ook de Europese verkiezingen verliepen voor de partij desastreus, terwijl de partij in 2017 (Tweede Kamer) en 2018 (gemeenteraadsverkiezingen) wel goede verkiezingsresultaten wist te boeken.

Ook kwam Özturk regelmatig negatief in het nieuws, onder meer na omstreden uitspraken over 'moord' in het Hawija-debat.

Kuzu schrijft dat de irritatie al in de zomer van 2019 begon toe te nemen. "Özturk ging steeds meer zijn eigen gang, ondermijnde mijn politiek leiderschap en plaatste zichzelf steeds meer op een zijspoor in de Kamerfractie", schrijft Kuzu. "Zo stelde hij zonder medeweten en toestemming van de fractie een verkiezingsprogrammacommissie en een kandidaatstellingscommissie in."

'Broedermoord op z'n pijnlijkst'

De buitenechtelijke affaire, waar HP/De Tijd vorige week over schreef, wordt door Kuzu niet ontkend. "Ja, in mijn privéleven heb ik een zware periode achter de rug. Daar wist een beperkt aantal mensen van, onder wie mijn fractiegenoten."

Volgens Kuzu is de privékwestie later door Özturk gebruikt om hem buitenspel te zetten, onder meer na een conflict tussen Özturk en fractiegenoot Farid Azarkan waar Kuzu het opnam voor Azarkan.

Özturk zou de affaire vervolgens hebben aangegrepen om namens het bestuur aan te kondigen dat Kuzu bij de volgende verkiezingen geen lijsttrekker zou kunnen worden. Hij zou hebben gezegd dat Kamervoorzitter Khadija Arib van de kwestie op de hoogte was en het vlak voor de verkiezingen zou lekken naar de media.

Dat het verhaal vervolgens toch naar buiten is gekomen, komt volgens Kuzu door Özturk. "Broedermoord op zijn pijnlijkst", schrijft hij.