Anders dan minister Ank Bijleveld (Defensie) eerder aan de Tweede Kamer heeft gemeld, zijn de Verenigde Staten er wel degelijk van uitgegaan dat bij de Nederlandse luchtaanval op Hawija zeventig burgerdoden zijn gevallen. De minister erkent in een dinsdag verzonden brief de Kamer hierover verkeerd te hebben geïnformeerd.

Bijleveld liet in december vorig jaar tijdens een Kamerdebat weten dat de Amerikanen de burgerslachtoffers van Hawija niet hebben meegeteld in hun statistieken.

Volgens de minister was uit navraag bij CENTCOM, waar de burgerdoden geregistreerd worden, gebleken dat de VS de slachtoffers van de aanval op Hawija niet hadden meegeteld. CENTCOM zou Defensie hebben gemeld dat 'Hawija' niet was opgenomen in het totaal, omdat het bij de Nederlandse aanval ging om een onbevestigd aantal doden.

Na het debat is Bijleveld alsnog navraag gaan doen bij de Amerikanen, schrijft zij in de Kamerbrief. Daaruit blijkt dat de Amerikaanse minister van Defensie haar had gemeld dat de slachtoffer als gevolg van het Nederlandse bombardement toch zijn meegeteld.

Bijleveld betreurt onvolledig informeren

Bijleveld: "Ik betreur dat deze informatie afwijkt van de informatie die eerder van CENTCOM is ontvangen", schrijft zij. "Omdat nu blijkt dat de aanval in Hawija wel deel uitmaakt van het totale aantal en het diagram. Ik ben uitgegaan van de informatie die ik via de officiële kanalen van CENTCOM ontving."

De Tweede Kamer riep Bijleveld meerdere malen naar de Kamer voor uitleg over de luchtaanval op Hawija. Uit onderzoek van NRC en NOS bleek dat er bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak burgerdoden zijn gevallen die, ondanks herhaaldelijke verzoeken van de Tweede Kamer om opheldering, niet openbaar zijn gemaakt.

Bijleveld doorstond eerder een motie van wantrouwen en er klonk ook kritiek op premier Mark Rutte, die zei zich niet te kunnen herinneren geïnformeerd te zijn over het aantal burgerdoden. Of er burgerslachtoffers gevallen waren, was volgens de premier "niet relevant" voor het verlengen van de missie in Irak.