De stikstofberekeningen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zijn van voldoende wetenschappelijke kwaliteit om de stikstofneerslag op de Natura 2000-gebieden te meten en te berekenen, concludeert het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof in een donderdag verschenen rapport.

De meet- en rekenmodellen die worden gebruikt, zijn volgens het adviescollege van "voldoende tot goede kwaliteit". Ook vergeleken met buitenlandse meet- en rekenmethoden voldoet de Nederlandse aanpak.

"De werkwijze en modellen voor het berekenen van stikstof zijn doelgeschikt", zegt Leen Hordijk, de voorzitter van het adviescollege. Hij wil met dit rapport vooral een einde maken aan de wilde verhalen over niet kloppende berekeningen. "Wij zijn de mythe-doders", zegt Hordijk.

Er is wel verbetering mogelijk. Hordijk: "Wel vinden we dat er verbeteringen nodig zijn om de wetenschappelijke kwaliteit van de meet- en rekenmethodiek voor emissies, verspreiding en depositie van stikstofverbindingen ook in de toekomst te garanderen en de onzekerheden te verkleinen."

Dat kan door meer en regelmatiger te meten, ook vanuit de ruimte met satellietgegevens, in plaats van alleen vanaf de grond zoals nu wordt gedaan. Concrete verbetervoorstellen worden in een tweede advies gegeven dat medio juni moet verschijnen.

Ook de methode waarmee het RIVM de verspreiding en uitstoot van stikstof berekent, het zogenoemde OPS-model, is volgens de commissie geschikt. En dan met name op lokaal niveau, aldus het adviescollege. Er zijn wel verschillen in de resultaten en daarom adviseert de commissie om daar onderzoek naar te laten doen.

VVD, CDA en SGP hebben twijfels over meetmethode RIVM

De stikstofberekeningen van het RIVM dienen als basis voor het beleid van het kabinet.

Sinds de Raad van State het stikstofbeleid van het kabinet heeft afgekeurd, moeten er maatregelen worden genomen om de uitstoot en neerslag te verlagen om de natuur beter te beschermen.

Omdat er vanuit de landbouwsector en de politiek (VVD, CDA en SGP) twijfels waren over de meetmethode, heeft minister Carola Schouten (Landbouw) daar op verzoek van deze partijen onderzoek naar laten doen.

Volgens het RIVM is de landbouwsector verantwoordelijk voor 46 procent van de stikstofneerslag in Nederland. Daarmee is de sector verantwoordelijk voor een veel groter aandeel dan bijvoorbeeld het wegverkeer (6,1 procent) of de industrie (1 procent).

Deze percentages zijn voldoende wetenschappelijk onderbouwd, oordeelt de commissie. Wel wordt de buitenlandse bijdrage, ongeveer een derde van de stikstofneerslag, onderschat. Hordijk zegt dat de bijdragen "enkele procentpunten" kunnen afwijken.

Het Mesdagfonds, een belangenorganisatie voor melkveehouders, heeft de RIVM-berekeningen altijd gewantrouwd en kwam daarom met een eigen onderzoek. Daaruit bleek volgens het Mesdagfonds dat de landbouwsector voor een veel kleiner deel van de stikstofneerslag verantwoordelijk is. De organisatie moest deze conclusie later weer intrekken vanwege een onjuiste berekening. Ook het RIVM zei dat het Mesdagfonds fouten heeft gemaakt en het onderzoek niet klopt.