De stikstofberekeningen van het Mesdagfonds, een belangenorganisatie voor melkveehouders, blijken niet te kloppen. De organisatie bracht naar buiten dat 25 procent van de stikstofneerslag in natuurgebieden afkomstig is van de landbouw.

Een "bug" in de zogenoemde OPS-software van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is de oorzaak van de fout, laat Mesdagfonds-voorzitter Jan Cees Vogelaar maandag in een schriftelijke verklaring weten.

"Deze bug in de OPS-software hebben wij helaas niet kunnen voorzien. Bij de levering van het materiaal door het RIVM was expliciet aangegeven dat hiermee de depositieberekeningen uitgevoerd konden worden", aldus de organisatie.

Een woordvoerder van het RIVM ontkent met klem dat er sprake is van een bug, het Mesdagfonds heeft volgens hem de verkeerde data ingevoerd.

'Andere punten van kritiek staan niet ter discussie'

Twee weken geleden presenteerde het Mesdagfonds alternatieve stikstofcijfers op basis van de rekenmodellen en de data van het RIVM. De belangrijkste boodschap was dat de landbouwsector niet verantwoordelijk is voor 46 procent van de stikstofneerslag, zoals het RIVM uitrekende, maar voor 25 procent.

Omdat het RIVM een onafhankelijk wetenschappelijk instituut is, gebruikt het kabinet die cijfers als basis voor beleid om de stikstofuitstoot omlaag te krijgen. Dat gebeurde in de Natura 2000-gebieden onder het oude stikstofbeleid onvoldoende, oordeelde de Raad van State vorig jaar.

Het Mesdagfonds, opgericht door de melkveesector zelf, benadrukt dat alleen het percentage van 25 procent niet klopt. De organisatie plaatste ook vraagtekens bij de effectiviteit van de genomen kabinetsmaatregelen en de haalbaarheid van het beschermen van de Natura 2000-gebieden tegen de stikstofneerslag. Die punten staan "nadrukkelijk niet ter discussie", schrijft het Mesdagfonds.

Het RIVM reageerde al snel op de alternatieve berekeningen. Volgens het kennisinstituut heeft het Mesdagfonds ook niet-stikstofgevoelige gebieden meegenomen, zoals water.