Als Nederland deelneemt aan een militaire ingreep in het buitenland en burgerslachtoffers veroorzaakt, dan kan de Staat volgens de wet verplicht worden om schadeclaims van bijvoorbeeld nabestaanden te honoreren, blijkt uit een in 2014 opgesteld document dat maandag door het ministerie van Defensie is vrijgegeven.

In de nota worden geen procedures genoemd die slachtoffers moeten doorlopen. Ook eventuele geldbedragen worden niet verder uitgelicht.

De richtlijnen van het departement staan haaks op de lijn die Defensieminister Ank Bijleveld volhield rondom de doden bij luchtaanvallen in 2015 in de Iraakse stad Hawija. Tenminste zeventig mensen kwamen daarbij om het leven. Bijleveld stelde dat nabestaanden voor compensatie in eerste instantie bij Irakese autoriteiten moesten aankloppen, omdat Irak onder andere Nederland had gevraagd om hulp in de strijd tegen Islamitische Staat (IS).

Een woordvoerder van Defensie laat in gesprek met het NRC weten dat het departement nog steeds achter dat standpunt staat. Echter blijkt uit het document dat er geen verdrag is met Irak waarin mogelijke schadeclaims zijn opgenomen. "Noch is er de verwachting dat dit verdrag er gaat komen."

'Document gaat rol spelen in mogelijke zaak Irakezen tegen de Staat'

Het dagblad berichtte al eerder dat tientallen Irakezen een schadeclaim voorbereiden tegen de Nederlandse Staat, omdat zij vinden dat ze slachtoffer zijn geworden van de luchtaanval in Hawija. Hun advocaat Liesbeth Zegveld voorspelt dat het document "een rol gaat spelen bij de komende procedure".

Nederland nam van oktober 2014 tot en met juni 2016 deel aan de missie om IS te bestrijden in Irak. In 2018 werd de missie weer hervat en uitgebreid naar Syrië. Nederlandse F-16's hebben ongeveer drieduizend missies voltooid en in zeven van de tien missies hun wapens ingezet.