De Argentijnse-Nederlander Julio Poch, die in 2009 in Spanje werd gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij dodenvluchten, werd toentertijd opgepakt door een plan uit de Nederlandse denktank, meldt minister Ferd Grapperhaus maandag in een Kamerbrief.

Argentinië had tegen Poch een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd omdat hij tussen 1976 en 1983 zou hebben meegewerkt aan de zogenoemde dodenvluchten, waarbij het regime van president Jorge Videla gevangenen en politieke rivalen in de zee gooide. Uiteindelijk zat hij acht jaar lang vast en werd hij eind 2017 vrijgesproken.

Het Zuid-Amerikaanse land hoopte ten tijde van de arrestatie dat Nederland de piloot zou uitleveren, maar dat bleek niet mogelijk omdat tussen beide landen geen dergelijk uitleveringsverdrag bestaat. Andere landen, zoals Spanje, hebben dat wél met Argentinië.

Het plan om hem daarom in een "derde land" aan te houden, blijkt afkomstig van een medewerker van het Nederlandse Openbaar Ministerie. Tijdens een gesprek in 2008 met Argentijnse autoriteiten zou de medewerker die optie "expliciet genoemd" hebben, aldus Grapperhaus.

Kabinet hield vol dat Nederland niet nauw betrokken was bij uitlevering

Tot dusver hield het kabinet vol dat Nederland niet intensief betrokken was bij de uitlevering van Poch aan Argentinië en de Staat slechts rechtshulp verleende. Ook op eerder gestelde Kamervragen werd geantwoord dat "uit Argentijns strafrechtelijk onderzoek" zijn reisbewegingen in de gaten werden gehouden. Het verslag van het gesprek in 2008 bevestigt nu dat Nederland wel degelijk een rol had bij de uitlevering.

Grapperhaus heeft het document eind januari gekregen, schrijft de minister. Poch heeft sinds zijn vrijlating een schadeclaim van 5 miljoen euro ingediend tegen de Nederlandse Staat omdat hij vermoedde dat Nederland hem, hoewel een uitleveringsverdrag ontbreekt, had overhandigd aan Argentinië.