De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft een kritisch rapport over het falen van het landelijke beleid voor ruimtelijke ordening in 2018 niet gepubliceerd onder druk van het ministerie van Binnenlandse Zaken, blijkt maandag uit onderzoek van het NRC.

Ook werden de conclusies van het kritische rapport verdraaid in het jaarverslag van de ILT. In het jaarverslag 2018 staat dat het goed gaat met de decentralisatie van de ruimtelijk ordening in Nederland, terwijl het rapport van de inspectie dat juist tegenspreekt.

Na enig aandringen heeft de ILT het rapport, dat opgesteld is in augustus 2018, aan de krant vrijgegeven. In het rapport staat onder meer dat nationale ruimtelijke belangen vaak conflicteren met de decentralisatie van de ruimtelijke ordening. Dat wordt geconcludeerd op basis van zes jaar inspectieonderzoek, de analyse van talloze bestemmingsplannen en diepte-interviews met betrokkenen.

Lagere overheden, zoals gemeentes, blijken bijvoorbeeld niet de veiligheidszones bij opslag van explosief materiaal te kunnen bewaken. Ook zouden lagere overheden geen goed zicht hebben op dichtslibbende landwegen, behoud van erfgoed en de natuurcompensatie bij infrastructurele projecten.

Ministerie had dit rapport niet besteld

Na het opstellen van het rapport, dat gepresenteerd zou worden aan minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren, liet het ministerie echter weten niet om zo'n rapport gevraagd te hebben. Het rapport werd niet gepubliceerd en onder druk van Binnenlandse Zaken werden de kritische conclusies in het jaarverslag 2018 genegeerd.

Interne bronnen vertellen aan NRC dat de gebeurtenis voor onrust zorgde bij de inspectie. Medewerkers vonden dat hun werk teniet werd gedaan en dat de Tweede Kamer en minister zo niet juist werden voorgelicht.

In een reactie aan de krant stelt de inspectie nu dat het rapport niet werd gepubliceerd omdat dit was opgesteld op basis van verouderde informatie. In de kritische conclusies zou de nuance zijn weggevallen. Het ministerie laat in een reactie aan de krant weten dat het rapport "niet aan het ministerie was aangeboden".