Het Openbaar Ministerie (OM) blijft na het inzien van nieuwe documenten bij het standpunt dat er geen sprake is geweest van politieke beïnvloeding in de rechtszaak tegen PVV-leider Geert Wilders.

"Concluderend had het OM dus het recht om de heer Wilders te vervolgen", aldus de advocaat-generaal woensdag bij hervatting van het hoger beroep van de zaak.

Maandag presenteerde minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus de resultaten van een intern onderzoek binnen het departement en naar de communicatie tussen het ministerie en het OM. De tijdsperiode waarbinnen is gezocht, is maart 2014 tot 9 december 2016. Het onderzoek werd uitgevoerd door Deloitte.

Wilders deed in maart 2014 zijn uitspraken over "minder Marokkanen", waarvoor hij nu terechtstaat. Volgens de PVV-leider heeft de toenmalige minister van Justitie Ivo Opstelten of diens departement druk uitgeoefend op het OM hem te vervolgen.

Om dat te bewijzen wilde Wilders alle interne communicatie over zijn zaak inzien, waarop het hof het OM opdroeg deze grotendeels openbaar te maken. Zowel binnen het OM als binnen het ministerie is er naar documenten gezocht.

Grapperhaus maakte maandag bekend dat het onderzoek binnen het ministerie 475 documenten heeft opgeleverd, waaronder e-mails en agendapunten.

In hoger beroep 5.000 euro boete geëist

Het OM heeft altijd betoogd dat het de beslissing om Wilders te vervolgen zelfstandig heeft genomen. De nieuwe documenten laten wat Justitie betreft zien dat er van politieke beïnvloeding geen sprake is geweest.

In eerste aanleg werd Wilders door de rechtbank veroordeeld voor groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie. Er werd geen straf opgelegd. Het OM heeft in hoger beroep weer een boete van 5.000 euro geëist.