Het zogenoemde deeltijdontslag zoals dat vorige week onder andere werd voorgesteld door de commissie-Borstlap, betekent dat een werkgever het aantal uren van een vaste medewerker met ongeveer 20 procent kan verlagen. Dat zou ook betekenen dat werknemers er in salaris op achteruitgaan.

"Interne wendbaarheid betekent niet dat een werkgever kan zeggen: volgende week heb ik jou voor 50 procent minder uren nodig en je werk verplaatst zich naar Sittard", zei Johan Zwemmer, advocaat en docent arbeidsrecht UvA, donderdag tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer.

"Wij denken aan een percentage van 20", aldus Zwemmer. De advocaat wil benadrukken dat met deeltijdontslag het vaste contract "wendbaarder" wordt, zonder dat het ten koste gaat van contractzekerheid.

Zwemmer was lid van de commissie-Borstlap en werkte zodoende anderhalf jaar aan een advies voor het kabinet over de toekomstige arbeidsmarkt. De commissie was hier nogal alarmerend over. Er moet snel iets gebeuren aan de kloof tussen flexwerkers en zelfstandigen enerzijds en werknemers met een vast contract anderzijds, anders komen we op een point of no return.

Vast minder vast, flex minder flex

Om vast minder vast te maken, wordt onder meer deeltijdontslag voorgesteld. Werkgevers kunnen in het geval dat het economisch even tegenzit, de arbeidsduur van de vaste contracten verlagen.

Ook krijgen zij de mogelijkheid de werklocatie en de werktijden aan te passen. Werknemers moeten dat vervolgens accepteren, behalve als er sprake is van "zwaarwegende belangen". De commissie schaart die aanpassingen allemaal onder de noemer 'interne wendbaarheid'.

Alternatief is volgens commissie ontslag

Het alternatief is volgens de commissie ontslag. Toch viel dit deel verkeerd bij de vakbonden en de linkse partijen in de Tweede Kamer. PvdA-leider Lodewijk Asscher noemde het voorstel "krankzinnig". "Het probleem is niet dat mensen te zeker zijn, het probleem is dat mensen te onzeker zijn", aldus Asscher.

De commissie noemt in haar advies geen concreet getal waarmee een werkgever de duur van een arbeidscontract kan verlagen. "Hadden we dat maar gedaan", zei Zwemmer daar nu over. De commissie vreesde met zo'n specifiek percentage te veel op de stoel van de politiek te gaan zitten, terwijl het advies juist als stip op de horizon is bedoeld.

De 20 procent die Zwemmer noemt, is niet toevallig gekozen. Uitkeringsinstantie UWV vindt het acceptabel wanneer er 20 procent salarisverschil zit tussen een oude en een nieuwe baan en het percentage komt veel voor in sociale plannen.