Onderwijsminister Arie Slob maakt 9 miljoen euro vrij om noodplannen voor het lerarentekort te faciliteren. Het geld wordt onder andere gebruikt om meer mensen uit een ander vakgebied om te scholen zodat zij banen in het onderwijs kunnen vervullen.

"Door het geld krijgen deze zijinstromers betere begeleiding en raken wij ze hopelijk minder snel weer kwijt", aldus de minister maandag in gesprek met NOS. Vorig jaar maakten zo'n tweeduizend mensen uit een ander vakgebied de overstap.

Eerder op de dag presenteerden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hun noodplan om de werkdruk voor leraren te verlichten. De grote steden pleiten voor vierdaagse lesweken en benadrukken het belang van zijinstromers.

Donderdag en vrijdag praat het kabinet tijdens de landelijke lerarenstaking met de schoolbesturen over de plannen. Slob zegt in gesprek met de NOS dat "er nog veel uitgewerkt moet worden", maar hij staat niet onwelwillend tegenover "flexibele" onderwijstijden.

Dit jaar tekort van ten minste 2.900 voltijdsbanen

Het lerarentekort blijft een pijnpunt. Volgens cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) komt het tekort in het primair onderwijs (PO) dit jaar uit op 2.400 voltijdsbanen, in het voortgezet onderwijs (VO) gaat het om 500 voltijdsbanen. OCW heeft de verwachting dat die tekorten in de jaren erna steeds groter worden.

Medio december presenteerde Slob daarom al een pakket met maatregelen om het lerarentekort aan te pakken. Toen werd duidelijk dat voor 2020 en 2021 zo'n 30 miljoen euro extra wordt vrijgemaakt om problemen op regionaal niveau te verhelpen. In een eerder convenant werd daarnaast nog eens eenmalig 460 miljoen euro toegezegd.