Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft ermee ingestemd om minimaal 30 procent van de raden van commissarissen (rvc's) bij de ongeveer honderd beursgenoteerde bedrijven uit vrouwen te laten bestaan. Wordt dat aandeel niet gehaald, dan gaat dat ten koste van een commissiezetel.

CDA, GroenLinks, PvdA en DENK stemden in met een voorstel van D66 en SP om de adviezen van de Sociaal-Economische Raad (SER) over meer diversiteit in de top van het bedrijfsleven over te nemen, bleek dinsdag in de Tweede Kamer.

De SER wil dat een gelijke verdeling van mannen en vrouwen en een evenredige vertegenwoordiging van mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in de bedrijfstop "het nieuwe normaal" wordt.

Aanvankelijk zou vorige week over een voorstel van CDA en D66 worden gestemd, maar de SP - nodig voor een meerderheid, omdat de coalitie verdeeld is - stelde aanvullende eisen in ruil voor steun.

De socialisten wilden niet enkel iets doen voor gelijke kansen voor vrouwen in de bestuurskamers, maar voor alle vrouwen. Daarom werd vorige week in een nieuwe motie vastgelegd dat ook wordt opgeroepen tot kansengelijkheid voor "alle andere vrouwen die kunnen en willen werken".

Ook wordt aandacht gevraagd voor "goede en toegankelijke kindvoorzieningen". Want zoals de SER al concludeerde, dragen investeringen in de kinderopvang bij aan een betere arbeidsmarktpositie voor vrouwen. Zodoende moet er ook meer worden gedaan aan discriminatie op de arbeidsmarkt, aldus de raad.

Voor bestuursplekken geldt 'ambitieus streefcijfer'

Naast een quotum voor de commissarissen bij beursgenoteerde bedrijven, wordt in het SER-advies gesproken over "ambitieuze streefcijfers" voor vrouwen op bestuursplekken.

Bedrijven moeten met concrete plannen komen om te laten zien hoe zij die doelen willen halen en moeten daar open over communiceren.

Voor de zogenoemde subtop van bedrijven, een groep van ongeveer vijfduizend ondernemingen, geldt eveneens een streefcijfer voor de raden van commissarissen (rvc's) en de raden van bestuur (rvb's).

De SER, een belangrijk adviesorgaan van de regering dat bestaat uit werknemers, werkgevers en deskundigen, spreekt zelf niet van een vrouwenquotum. Een one-size-fits-alloplossing bestaat volgens de raad niet.

Nederland presteert slecht met vrouwen in topposities

Er bestaat sinds 2013 al een streven om meer vrouwen in de top van het bedrijfsleven te krijgen, maar de doelstelling van 30 procent werd steevast niet gehaald. Een hard quotum stuitte echter op veel verzet in de politiek.

De SER ziet dat Nederland het enerzijds goed doet als het gaat om gendergelijkheid: meisjes doen het goed in het onderwijs en vrouwen hebben gelijke rechten. Maar op de arbeidsmarkt gaat het minder goed.

In 2018 haalde nog geen 10 procent van de vijfduizend bedrijven in de subtop het wettelijke streefcijfer van ten minste 30 procent mannen en vrouwen in de rvb en rvc.

Ook op het gebied van culturele diversiteit blijft Nederland achter. De werkloosheid onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond is drie keer zo hoog als onder mensen zonder migratieachtergrond.

De afgelopen vijftien jaar is de arbeidsmarktpositie van mensen met een niet-westerse migratieachtergrond nauwelijks verbeterd, terwijl het opleidingsniveau wel is gestegen.

De Kamer vraagt het kabinet nu om een plan van aanpak voor de uitvoering van het SER-advies.