Premier Mark Rutte bestrijdt de bewering dat het ministerie van Defensie in 2015 bewust heeft verzwegen dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen bij de aanval op Hawija om op die manier de verlenging van de IS-missie in Irak niet te dwarsbomen. "Er is geen sprake van een doofpot", zei de minister-president woensdagavond tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Volgens Rutte was het voor het besluit over de verlenging van de missie "niet relevant" dat er burgerslachtoffers waren gevallen, omdat er rekening werd gehouden met het risico op burgerslachtoffers. Bovendien is het volgens de premier nooit duidelijk geworden hoeveel burgers daadwerkelijk zijn omgekomen.

GroenLinks en Forum voor Democratie (FVD) vermoeden dat er moedwillig informatie is achtergehouden om ervoor te zorgen dat een verlenging van de IS-missie zou doorgaan. "Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?", vroeg Jesse Klaver (GroenLinks). Thierry Baudet (FVD): "Dit debat gaat niet meer alleen over de burgerdoden, maar over de betrouwbaarheid van deze premier en deze regering."

De twee partijleiders wezen op de informatie over mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse bombardementen die het ministerie van Defensie begin juni 2015 al had, maar verzweeg voor de Kamer.

Niet lang daarna kondigde het kabinet aan de IS-missie te verlengen. Ook schreef het kabinet in een brief aan de Kamer dat Nederland voor zover bekend niet betrokken is geweest bij luchtaanvallen waarbij burgerslachtoffers zijn gevallen.

In een debat op 30 juni van dat jaar sprak de Kamer vervolgens over de verlenging van de missie zonder over alle informatie te beschikken.

Baudet ziet motief voor verzwijgen

Volgens Baudet doet het kabinet alsof het om "een slordigheid gaat", maar hij vermoedt kwade opzet. De FVD-leider ziet "een motief" om de informatie achter te houden. Hij stelt dat het voor het kabinet heel moeilijk zou worden om de Kamer te laten instemmen met de verlenging van de missie als bekend zou worden dat Nederlandse bommen "een hele woonwijk hebben weggevaagd".

Klaver denkt er - in andere bewoordingen - hetzelfde over. "Het heeft er alle schijn van dat het doorgaan van de missie zo belangrijk was, dat cruciale informatie is achtergehouden."

Hij wil alle documenten inzien die hebben geleid tot het kabinetsbesluit om de missie te verlengen. Dat moet ook duidelijk maken wat premier Rutte precies wist en wanneer hij precies op de hoogte is gesteld van het aantal burgerdoden.

Rutte: 'Kans op burgerslachtoffers altijd aanwezig'

Volgens Rutte gaat het om niet meer dan een fout in de Kamerbrief van 23 juni 2015. In de brief wordt gemeld dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers zijn gevallen, maar het beleid was dat het kabinet geen mededelingen zou doen over de missies.

Voor de besluitvorming in de ministerraad is het volgens de premier niet relevant geweest om te weten of er burgerslachtoffers zijn gevallen, omdat het risico daarop bekend was. Maar wat Klaver betreft, is dát niet relevant. "Het gaat erom dat de ministerraad een besluit heeft genomen zonder alle relevante informatie", aldus de GroenLinks-leider.

Ook coalitiepartij ChristenUnie is kritisch. Joël Voordewind wil weten hoe de fout in de Kamerbrief is terechtgekomen: "Hoe en waarom is de Kamer destijds verkeerd geïnformeerd?" Volgens de premier is het echter onmogelijk om te reconstrueren hoe de fout in de brief is beland.

Baudet vraagt zich af of Rutte weg mag komen met 'sorry'
39
Baudet vraagt zich af of Rutte weg mag komen met 'sorry'

Bijleveld overleefde eerder motie van wantrouwen

De Kamer debatteerde voor de tweede keer in korte tijd over burgerdoden in Hawija. Twee weken geleden overleefde defensieminister Ank Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen nadat zij heeft moeten toegeven dat de Tweede Kamer in 2015 verkeerd is geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak.

Bijleveld voegde daaraan toe dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat de toenmalige minister van Defensie Jeanine Hennis in 2015 de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier "vermoedelijk" over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou "niet alarmerend" zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Hoewel meerdere partijen in de Kamer moeilijk konden geloven dat de premier zich daar niets over kon herinneren, bleef Rutte volhouden dat hij er geen herinnering aan heeft. Of de premier daarover de waarheid vertelt, is volgens Rutte "een kwestie van vertrouwen".

Geen meerderheid voor motie van wantrouwen

Een klein deel van de oppositie heeft dat vertrouwen niet meer. De SP diende met de steun van PVV, PvdD, 50PLUS, DENK, FVD en Lid Van Kooten-Arissen een motie van wantrouwen in tegen Bijleveld, Rutte en het hele kabinet. De motie werd echter niet door een meerderheid gesteund.

Ook het voorstel voor een parlementaire ondervraging lijkt te stranden. Over die motie, waar PVV, GroenLinks, SP, PvdD, 50PLUS, DENK, FVD en Lid Van Kooten-Arissen achter staan, wordt op een later moment gestemd.