Het kabinet krijgt voor dit jaar 1,3 miljard euro niet uitgegeven. Dat is een stuk meer dan de 400 miljoen euro waarmee op Prinsjesdag nog rekening werd gehouden, staat in de najaarsnota die minister Wopke Hoekstra (Financiën) dinsdag naar de Kamer stuurde.

Van het onuitgegeven geld gaat 1 miljard euro onder andere naar de aanpak van de stikstofproblemen, criminaliteitsbestrijding, het bestrijden van het lerarentekort en de rechtsbijstand. Het kabinet heeft het over "urgente maatschappelijke problemen".

Een aanzienlijk bedrag, ongeveer 300 miljoen euro, gaat naar reservepotjes van de overheid en naar onvoorziene kosten voor digitale veiligheid.

In de najaarsnota wordt de stand van de rijksbegroting weergegeven van het lopende jaar. Het is een aanvulling op de miljoenennota die op Prinsjesdag werd gepubliceerd.

Dat er nu geld over is, komt omdat ministeries niet alles krijgen uitgegeven omdat middelen bijvoorbeeld goedkoper waren, helemaal niet nodig bleken of omdat de aankoop werd uitgesteld. Dat is dus geen terugkerend geld (structureel), maar eenmalig.

Veel uitgaven uit de najaarsnota waren al bekend

Veel uitgaven werden in aanloop naar de publicatie van de najaarsnota al bekendgemaakt. Dat gold voor de 500 miljoen euro die naar de aanpak van de stikstofproblemen gaat, maar ook voor de 460 miljoen euro voor onderwijs en 110 miljoen euro voor de bestrijding van criminaliteit.

De financiële meevallers zijn vooral te vinden bij de zorg. Zo was er een meevaller in de zorg van bijna een half miljard euro. Dat komt vooral doordat er 600 miljoen euro minder is uitgegeven aan de Zorgverzekeringswet, de premie die werkgever of de uitkeringsinstantie moet betalen. Tegelijkertijd was er binnen de zorg ook een tegenvaller van 179 miljoen euro bij de langdurige zorg.

De stand van de belastinginkomsten van de overheid werd ook geactualiseerd. Zo valt op dat de winstbelasting bijna 400 miljoen euro hoger uitvalt. Dat geldt ook voor de schenk- en erfbelasting (50 miljoen) en de inkomstenbelasting (100 miljoen).

Minder geld opgehaald met accijnzen

Bij de indirecte belastingen, zoals accijnzen en milieubelastingen, werd minder geld (300 miljoen) opgehaald dan waar vooraf rekening mee werd gehouden.

Al met al zijn de veranderingen zo klein dat de staatsschuld er niet door verandert en onder de 50 procent van de omvang van de economie (bbp) blijft, zoals op Prinsjesdag al werd gemeld.

De eerstvolgende keer dat het kabinet weer een tussenstand geeft van de rijksbegroting voor 2019, is op Verantwoordingsdag, de tegenhanger van Prinsjesdag, op de derde woensdag in mei.