Kinderen en jongeren met eetstoornissen moeten betere zorg krijgen. Dat staat in het advies dat stuurgroep landelijke ketenaanpak eetstoornissen (K-EET) heeft opgesteld in opdracht van minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid.

Er komen onder andere twee regionale expertisecentra, en er wordt onderzoek gedaan naar een werkwijze waarbij patiënten minder onder dwang worden gevoed.

Doel van het plan is een daling in het aantal ernstig zieke patiënten. Het vroegtijdig herkennen en behandelen van anorexiapatiënten leidt tot minder lijden en minder maatschappelijke kosten, zegt de stuurgroep.

In het door K-EET ontwikkelde plan voor de komende drie jaren staat onder andere het plan om in 2020 een proef te starten met twee regionale expertisecentra. Dit project moet in 2021 verder uitgebreid worden naar verschillende regionale expertisecentra door het land.

Daarnaast is er volgens de stuurgroep meer regionale samenwerking, voorlichting en specialisme nodig.

'Mensen met beginnende anorexia krijgen vaak te laat hulp'

In april luidden de experts ook al de noodklok: als de anorexiazorg in Nederland niet op korte termijn verbetert, zouden er meer levensbedreigende situaties ontstaan. Volgens projectleider Monika Scholten kregen mensen met beginnende anorexia vaak te laat hulp, waardoor hun situatie verslechterde en er meer druk kwam op specialistische klinieken. De gemiddelde wachttijd in april was ongeveer veertien weken.

Minister de Jonge heeft daarom K-EET gevraagd om met een plan van aanpak te komen voor de komende jaren. De stuurgroep, die bestaat uit een aantal professionals uit het veld, stelt in de plan van aanpak dat er "structurele verbetering van de gehele keten van zorg voor kinderen en jongeren met eetstoornissen moet komen."

Minister de Jonge zegt in een brief aan de Tweede Kamer de aanpak van K-EET te steunen, en dat hij "er vertrouwen in heeft dat we samen met de gemeenten, aanbieders en professionals de kinderen en jongeren die zorg vanuit de jeugd-ggz nodig hebben, passend en tijdig kunnen helpen."