Minister Ank Bijleveld (Defensie) heeft dinsdag in een zwaar Kamerdebat over de Nederlandse betrokkenheid bij de luchtaanvallen in de Iraakse steden Hawija en Mosoel, waarbij 74 mensen om het leven kwamen, ternauwernood een motie van wantrouwen doorstaan.

Nagenoeg de voltallige oppositie, met uitzondering van de SGP en Lid Van Haga, zegde het vertrouwen in de bewindsvrouw op. GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks: "We kunnen als Kamer niet accepteren dat we ontijdig, onvolledig en onjuist zijn geïnformeerd."

Met de steun van de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie kan de CDA-minister verder, maar niet zonder kleerscheuren.

Bijleveld bood haar "oprechte excuses" aan voor het verkeerd informeren van de Kamer over de Nederlandse betrokkenheid bij de twee luchtaanvallen.

"Als minister ben ik verantwoordelijk, ook voor het handelen van mijn voorganger", aldus de minister, die beterschap beloofde. "Dit is niet juist. Dit had anders gemoeten."

'Minister wist pas vrijdag over verkeerd informeren Kamer'

Bijleveld wist naar eigen zeggen afgelopen vrijdag pas dat haar voorganger, oud-minister Jeanine Hennis-Plasschaert, de Kamer in 2015 verkeerd heeft geïnformeerd.

Hennis-Plasschaert, die momenteel de VN-gezant in Irak is, meldde in de zomer van 2015 aan de Kamer dat er voor zover haar bekend was geen burgerslachtoffers waren gevallen bij de inzet van Nederlandse F-16's in de strijd tegen Islamitische Staat.

Uit een Kamerbrief van minister Bijleveld van afgelopen maandag blijkt echter dat het ministerie destijds al beschikte over een intern verslag en een Amerikaanse rapportage waaruit bleek dat het "geloofwaardig was" dat er bij de aanval in Hawija burgers om het leven waren gekomen.

Het is volgens Bijleveld "aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd", schreef zij voorafgaand aan het debat in een brief.

Tot de betrokken departementen behoort naast de ministeries van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Justitie en Veiligheid ook het ministerie van Algemene Zaken van premier Mark Rutte.

Bijleveld stelt dat zij bij haar aantreden "op hoofdlijnen" is geïnformeerd over burgerslachtoffers, maar tot afgelopen vrijdag niet op de hoogte is geweest van details.

'De Tweede Kamer is voorgelogen'

Hoewel de Tweede Kamer de excuses van de minister waardeerde, was de kritiek fors.

GroenLinks-Kamerlid Diks vindt dat Bijleveld zich verschuilt achter haar voorganger. "De Kamer is voorgelogen", aldus Diks, die erop wees dat volgens de ministeriële verantwoordelijkheid de huidige minister ook verantwoordelijk is voor fouten van voorgangers. SP'er Sadet Karabulut: "De Kamer is onjuist geïnformeerd. Dat is volstrekt onacceptabel."

De Kamerleden vinden het "wonderbaarlijk" en "krankzinnig" dat de minister pas afgelopen vrijdag op de hoogte is gesteld. Dit terwijl uit onderzoek van NOS en NRC twee weken geleden al bleek dat Nederland verantwoordelijk was.

"Als dit de staat van het departement is, dan is het veel erger dan gedacht", aldus Karabulut. "Er is keer op keer moedwillig informatie achtergehouden. Is dit de manier waarop Defensie met de Kamer en de Nederlandse bevolking omgaat?"

'Politieke antenne op departement ontbreekt'

Ook coalitiepartijen VVD, D66 en ChristenUnie vragen zich af waarom de minister pas vorige week te horen heeft gekregen dat de Kamer onjuist is geïnformeerd.

VVD'er André Bosman zei zich grote zorgen te maken over het ontbreken van een politieke antenne op het departement. Ook hij vindt dat de minister veel eerder had moeten worden bijgepraat. Joël Voordewind (ChristenUnie): "Hoe kan het dat deze fout is gemaakt?" Hij wil dat de minister op haar departement uitzoekt wat er mis is gegaan.

Bijleveld is daartoe bereid. "We zullen er alles aan doen om van deze kwestie te leren", zei ze.

Een deel van de oppositie neemt daar echter geen genoegen mee. GroenLinks diende met "zwaar hart" een motie van wantrouwen in die steun kreeg van de PVV, SP, PvdA, Partij voor de Dieren, 50PLUS, DENK, Forum voor Democratie en Lid Van Kooten-Arissen. Hoewel de motie werd verworpen en Bijleveld aanblijft, zal zij het vertrouwen van 71 Kamerleden moeten terugwinnen.

Kabinet erkent betrokkenheid bij aanval Hawija

Maandag erkende het kabinet de Tweede Kamer verkeerd te hebben geïnformeerd over twee aanvallen van de Nederlandse luchtmacht in de strijd tegen IS in Irak.

Het gaat om de luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek in de Iraakse stad Hawija waarbij zeventig mensen, onder wie een onbekend aantal burgerslachtoffers, zijn omgekomen.

De minister schrijft in de brief dat er geen indicaties waren dat bij de aanval burgerslachtoffers zouden vallen. Omdat er in de fabriek meer bommen lagen opgeslagen dan gedacht, viel het schadegebied groter uit dan was voorzien.

Onjuiste inlichtingen in Mosoel

Ook was Nederland betrokken bij een aanval die was gericht op een vermoedelijk hoofdkwartier van IS in de stad Mosoel. Achteraf bleek het om een woning te gaan. Vier mensen kwamen daarbij om het leven. De aanval was het gevolg van onjuiste inlichtingen.

Het Openbaar Ministerie heeft beide incidenten onderzocht en kwam tot de conclusie dat de luchtaanvallen rechtmatig waren.