Door een gebrek aan regie, onderling wantrouwen en niet nagekomen afspraken zijn verschillende instanties die betrokken waren bij de uitzetting van de Armeense kinderen Lili en Howick meerdere malen in de fout gegaan.

Dat staat in een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid die in opdracht van het kabinet de gang van zaken rond de uitzetting onderzocht.

De inspectie schrijft in het rapport dat "er op cruciale momenten niet is gehandeld volgens de werkafspraken". Er heerste onderling wantrouwen tussen de voogdijinstelling Nidos en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V).

"Als er tussen organisaties die in de vreemdelingenketen opereren onvoldoende vertrouwen is, is dat niet goed voor de samenwerking en kan dit een goed werkend vertrekproces schaden", schrijft de inspectie.

De DT&V moet voortaan de regie steviger naar zich toetrekken en de betrokken organisaties moeten bij meningsverschillen meer met elkaar overleggen.

Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel en Migratie) schrijft in een reactie de aanbevelingen uit het rapport over te nemen.

Onduidelijkheid rond verdwijning Lili en Howick

In het rapport worden vraagtekens gezet bij het optreden van Nidos. Zo concludeert de inspectie dat de voogdijinstelling tegen de afspraken in de kinderen in de gelegenheid stelde om afscheid te nemen van hun grootouders, terwijl ze in een safehouse van Nidos moesten verblijven.

"Ook meldde Nidos dit tegen de afspraken in niet bij de DT&V. Eenmaal bij de grootouders verdwenen de kinderen met onbekende bestemming", aldus de inspectie. Wat zich in die periode exact heeft afgespeeld, blijft onduidelijk. "Het politieonderzoek biedt geen inzicht en verklaringen hierover van Nidos-medewerkers zijn inconsistent."

Ook de politie krijgt kritiek. Die heeft haar werk rond de verdwijning "onvoldoende effectief uitgevoerd". Ook hier werd langs elkaar heen gewerkt, stelt de inspectie.

Door onduidelijkheid over de status van de verdwijning (ging het om een vermissing of het onttrekken van minderjarigen aan wettig gezag?) "was er onnodig tijdverlies, zijn belangrijke aanknopingspunten gemist en is niet alles in het werk gesteld om de kinderen te kunnen vinden".

Zaak leidde tot afschaffing van kinderpardon

Lili en Howick mochten in september vorig jaar alsnog in Nederland blijven, nadat eerder was besloten dat de twee kinderen en hun moeder zouden worden uitgezet naar Armenië.

De kinderen verdwenen een dag voor de geplande uitzetting uit het zicht van de betrokken instanties en na publieke verontwaardiging en maatschappelijk druk besloot toenmalig staatssecretaris Mark Harbers de twee alsnog een verblijfsvergunning te verlenen.

De zaak leidde ertoe dat coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie het omstreden kinderpardon en de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris afschaften.

Broekers-Knol verwacht dat deze maatregelen ervoor zullen zorgen dat de spanningen tussen de betrokken instanties niet meer zo hoog zullen oplopen.