De Nederlandse Staat gaat de klimaatdoelen voor 2020 zoals het er nu naar uitziet nog steeds niet halen. Voor het einde van volgend jaar wordt 23 procent minder broeikasgassen - waarvan CO2 het belangrijkste gas is - uitgestoten ten opzichte van ijkjaar 1990. Om aan de uitspraak van de Urgenda-zaak te voldoen, moet de afname minstens 25 procent zijn.

Dat blijkt uit vrijdag gepubliceerde doorrekening van de klimaatplannen in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Het percentage is wel met veel onzekerheid omgeven. Het PBL hanteert daarom een bandbreedte van 19 tot 26 procent broeikasgasreductie in 2020. Zo bezien kan het doel van een kwart minder uitstoot met een uiterste inspanning alsnog worden bereikt, maar dat is niet de verwachting.

De onzekerheidsmarge is groot. Dat zit hem vooral in de elektriciteitsproductie in Nederland, die weer sterk afhankelijk is van de aardgas-, kolen- en CO2-prijzen. Als hier het komende jaar meer elektriciteit wordt geproduceerd - en daar gaat het PBL van uit - dan is er ook meer uitstoot van broeikasgassen.

Het weer is logischerwijs ook een grote onzekerheidsfactor. Als 2020 een warm jaar is, wordt er door huishoudens minder gestookt. Bij een koude winter wordt de kachel juist hoger gezet.

Kabinet neemt extra maatregelen

Het kabinet neemt extra klimaatmaatregelen, maakte minister Eric Wiebes (Economische Zaken) vrijdag in een reactie op de doorrekeningen bekend. Burgers en bedrijven moeten met subsidies worden verleid te verduurzamen.

Er wordt nog dit jaar 60 miljoen euro extra subsidie uitgetrokken voor de aanschaf van bijvoorbeeld warmtepompen en zonneboilers.

Wiebes wijst ook op subsidies waar projecten in hernieuwbare energie mee kunnen worden gefinancierd, er wordt hier alleen geen extra geld voor uitgetrokken.

Ten slotte moet de aanleg van zonnepanelen op gebouwen van de overheid, scholen en bij particulieren worden versneld.

Staat verloor Urgenda-rechtszaak en moet doelen halen

Duurzaamheidsorganisatie Urgenda dwong de overheid in 2015 via een rechtszaak zich te houden aan het zelfopgelegde klimaatdoel om in 2020 minimaal een kwart minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. Dit is een afspraak uit het in 2013 gesloten Energieakkoord.

De Staat ging tevergeefs in hoger beroep en de kans is groot dat ook de Hoge Raad, de hoogste rechter in het land, Urgenda in het gelijk stelt.

De Urgenda-zaak staat los van het Klimaatakkoord, waarover het PBL vrijdag eveneens cijfers publiceerde. In dat geval gaat het ook om broeikasgasreductie, maar de doelen zijn anders. Er is bij het Klimaatakkoord geen sprake van een rechtszaak.

De extra maatregelen die Wiebes aankondigde, moeten ook bijdragen aan het doel uit het Klimaatakkoord.

Rutte beloofde vonnis uit te voeren

De verwachte 23 procent CO2-reductie voor 2020 is wel een verbetering vergeleken met berekeningen van het planbureau in januari. Toen bleef het percentage steken op 21 procent.

Premier Mark Rutte zei destijds in een reactie zich te willen houden aan de rechterlijke uitspraak. "Vonnissen horen wij uit te voeren, dus dat gaan we ook doen", aldus de premier.

Het moet voor Rutte een wrange conclusie zijn, omdat hij op Europees niveau een voortrekkersrol wil spelen op het gebied van klimaatbeleid. Hij probeert zelfs de Europese klimaatdoelen naar boven bij te stellen.

Toen in januari bekend werd dat het Urgenda-doel niet werd gehaald, kondigde het kabinet in juni extra maatregelen aan. Dat beleid is alleen nu niet meegenomen in de berekeningen, omdat het PBL alleen heeft gekeken naar (aangekondigd) beleid dat voor 1 mei van dit jaar is bekendgemaakt.

PBL ziet spectaculaire stijging bij opwekking duurzame elektriciteit

De CO2-uitstoot is niet het enige doel voor 2020 dat niet wordt gehaald. Ook het aandeel opgewekte hernieuwbare energie (11 in plaats van 14 procent) en de energiebesparing (80 in plaats van 100 petajoule) blijven volgend jaar naar verwachting achter.

Het PBL zag ook dat er vooruitgang is geboekt de laatste jaren. Zo stijgt het aandeel opgewekte duurzame energie (zon en wind) van 15 procent in 2018 naar twee derde in 2030. Het PBL spreekt van een spectaculaire stijging. Zo'n grote stijging is ook wel nodig, want tegen die tijd gaan de laatste vijf kolencentrales in Nederland dicht.

Het planbureau ziet ook progressie bij de broeikasgasuitstoot. Die was het afgelopen jaar 15 procent lager dan in 1990.

Daar past wel een kanttekening bij, omdat het kabinet namelijk een totale broeikasgasverlaging van 49 procent in 2030 wil realiseren. De komende tien jaar moet dus twee keer zoveel worden bereikt als in de afgelopen dertig jaar.

Dat het daadwerkelijk uitvoeren van beleid in de praktijk moeilijk is, was dan ook een van de belangrijkste boodschappen van het PBL in deze allereerste Klimaat- en Energieverkenning.