Het verlagen van 49 procent van de broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990, een van de belangrijkste doelen uit het in juni gesloten Klimaatakkoord, wordt waarschijnlijk niet gehaald. De reductie blijft steken op 43 tot 48 procent, blijkt uit een vrijdag gepubliceerd rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over het Klimaatakkoord.

Om de bovenkant van die bandbreedte te halen, dus 48 procent reductie, moeten maatregelen maximaal effect hebben en is "een stapeling van meevallers" als reactie op het beleid nodig. Daar wordt door het PBL dan ook niet op gerekend.

De totale lasten van het Klimaatakkoord zijn min of meer gelijk gebleven vergeleken met een eerder gepubliceerde conceptversie in maart, berekende het Centraal Planbureau (CPB).

Er is wel een significante lastenverschuiving van gezinnen naar bedrijven van ongeveer 1 miljard. Dat komt vooral door een andere verschuiving van de energiebelasting die bedrijven nu voor een groot deel voor hun rekening nemen.

In totaal komen de lasten van het klimaat- en energiebeleid in 2030 uit op 4,6 miljard euro, waarvan 0,3 miljard afkomstig is van maatregelen uit het Klimaatakkoord. Bedrijven betalen in 2030 dus meer (in totaal 2,6 miljard) dan huishoudens (1,8 miljard).

Kabinet neemt extra maatregelen

Als gevolg van het niet halen van de doelen, neemt het kabinet extra klimaatmaatregelen, maakte minister Eric Wiebes (Economische Zaken) vrijdag in een reactie op de doorrekeningen bekend.

Burgers en bedrijven moeten met subsidies worden verleid te verduurzamen. Er wordt nog dit jaar 60 miljoen euro extra subsidie uitgetrokken voor de aanschaf van bijvoorbeeld warmtepompen en zonneboilers.

Wiebes wijst ook op subsidies waar projecten in hernieuwbare energie mee kunnen worden gefinancierd, er wordt hier alleen geen extra geld voor uitgetrokken.

Ten slotte moet de aanleg van zonnepanelen op gebouwen van de overheid, scholen en bij particulieren worden versneld.

Klimaatakkoord staat los van Urgenda-zaak

Het Klimaatakkoord is opgedeeld in de sectoren bouw, mobiliteit, industrie, elektriciteit en landbouw. Die hebben allemaal hun eigen klimaatdoel, gemeten in tonnen CO2. Gezamenlijk moet dat leiden tot 49 procent broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van ijkjaar 1990.

Het doel uit het Klimaatakkoord staat weer los van de Urgenda-zaak waarover vrijdag ook cijfers verschenen in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van het PBL.

In zowel de Urgenda-zaak als het Klimaatakkoord gaat het om CO2-reductie, maar de doelen zijn anders. Er is in het geval van het Klimaatakkoord ook geen sprake van een rechterlijke uitspraak.

De extra maatregelen die Wiebes aankondigde, kunnen in beide gevallen helpen om de klimaatdoelen te halen.

In het kort

  • Het terugdringen van de CO2-uitstoot is verder uit zicht.
  • Dat komt onder meer doordat Nederland afhankelijk is van de internationale prijzen van aardgas en kolen.
  • Ook rijden er meer auto's, waaronder onzuinige auto's, op de weg dan eerder was berekend.
  • Het planbureau stelt dat er meer maatregelen nodig zijn.

Ambitieuzere plannen, maar hogere CO2-uitstoot

In het Klimaatakkoord van 28 juni staan ambitieuzere plannen dan in een eerder gepubliceerde conceptversie van het Klimaatakkoord, maar gek genoeg is het belangrijkste klimaatdoel - het terugdringen van CO2-uitstoot - nu verder uit zicht.

Dat komt met name door de elektriciteitsproductie in Nederland. Die is erg afhankelijk van de internationale prijzen van aardgas, kolen en CO2 (verhandeld als rechten op de Europese markt, afgekort tot ETS).

Het PBL verwacht lagere aardgasprijzen in 2030. Daardoor is het voor energiecentrales hier goedkoper om op volle toeren te draaien, maar dat betekent ook meer uitstoot van broeikasgassen.

Deze aanname kent veel onzekerheden, benadrukt het planbureau, omdat het voorspellen van de aardgasprijs erg moeilijk is. Daarbij geldt ook dat de onzekerheid groter is naarmate de voorspelling verder in de toekomst ligt.

Een andere oorzaak dat het klimaatdoel niet wordt gehaald, ligt bij het gebruik van auto's. Door de bevolkingsgroei en de lagere brandstofprijzen zijn er meer auto's op de weg die tot meer CO2-uitstoot leiden dan eerder berekend was. Ook zijn er meer onzuinige auto's bij gekomen.

Het PBL ziet tot slot een hogere uitstoot bij de industrie, al lijkt dat vooral te komen door nieuwe inzichten in de berekening van de uitstoot.

Kortom: er zijn meer maatregelen nodig om de klimaatdoelen voor 2030 te halen, aldus het PBL.

Klimaat- en Energieverkenning verschijnt ieder jaar

Het rapport over het Klimaatakkoord is een aanvulling op de Klimaat- en Energieverkenning (KEV).

Logischerwijs worden maatregelen uit het Klimaatakkoord hier ook in meegenomen, maar daar was dit jaar geen tijd meer voor. Klimaatbeleid moet voor 1 mei bij het PBL bekend zijn om nog meegenomen te kunnen worden in de KEV. Het Klimaatakkoord werd eind juni gepubliceerd.

Deze KEV geldt de komende jaren als basis om energie- en klimaatzaken zoals de broeikasgasuitstoot en de opwekking van duurzame energie in kaart te brengen. Zo kunnen het klimaatbeleid en de klimaatdoelen van het kabinet tegen het licht worden gehouden en weet de politiek of er extra maatregelen moeten worden genomen.

Zo'n periodieke rapportage over energie en klimaat bestond al, maar krijgt nu in de KEV een andere opzet omdat er met het aantreden van het kabinet-Rutte III in 2017 een ander energie- en klimaatbeleid is.

De jaarlijkse publicatie van de KEV is een gevolg van de in mei door het parlement aangenomen Klimaatwet.