Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) heeft woensdag in het debat over het tragische ongeluk met de stint van ruim een jaar geleden haar excuses aangeboden voor de fouten die zijn gemaakt.

"Er zijn fouten gemaakt. Dat vind ik heel erg pijnlijk en dat spijt mij ook heel erg", zei een zichtbaar geëmotioneerde Van Nieuwenhuizen.

"Ik bied daarom op deze plek graag in het openbaar mijn excuses aan voor het tekortschieten van mijn ministerie."

Eerder hadden PVV, Partij voor de Dieren en GroenLinks om de excuses van de bewindsvrouw gevraagd.

Van Nieuwenhuizen erkende dat de veiligheid niet vooropstond toen de stint op de openbare weg werd toegelaten. Er is destijds alleen aan keuringsinstantie RDW gevraagd of het voertuig stabiel genoeg was.

Vorig jaar vond een tragisch ongeluk met een stint plaats in Oss, waarbij vier kinderen om het leven kwamen. De begeleidster en een vijfde kind raakten zwaargewond.

Kabinet had onvoldoende oog voor veiligheid

Het debat volgde op de bevindingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) eerder deze maand. De OVV was kritisch op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dat onvoldoende aandacht zou hebben voor de veiligheid bij de toelating van gemotoriseerde voertuigen zoals de stints.

"Een effectieve veiligheidstoets ontbreekt", vatte de Onderzoeksraad de kritiek samen.

De problemen zijn volgens de OVV nog niet opgelost. De veiligheidseisen voor bijzondere bromfietsen, de categorie waar de stint onder valt, zijn dan wel aangescherpt, de toelatingsprocedure is dat nog niet.

Aangezien één op de vijf verkeersslachtoffers het afgelopen jaar een gemotoriseerd voertuig gebruikte, moeten er maatregelen komen. De aanbevelingen die het OVV deed, wil Van Nieuwenhuizen allemaal overnemen.

Dat betekent dat er onder meer een onafhankelijke organisatie zoals de RDW komt om voortaan de toelating van nieuwe voertuigen te beoordelen. Dat zou ook op Europees niveau kunnen, maar omdat zo’n harmonisatie lang kan duren, start Van Nieuwenhuizen eerst met een nationaal plan.

Verder worden alle nieuwe en bestaande licht gemotoriseerde voertuigen onder de loep genomen waarbij de interactie tussen mens, techniek en omgeving centraal moet staan.