Het omstreden wetsvoorstel BIG II, waarmee onderscheid gemaakt kan worden tussen hbo- en mbo-verpleegkundigen, is van de baan. Verkenner en Eerste Kamerlid Alexander Rinnooy Kan heeft geconcludeerd dat verpleegkundigen en werkgevers beter zelf over de kwestie kunnen beslissen. Minister Bruno Bruins (Medische Zorg en Sport) vertelt woensdag aan de Tweede Kamer dat hij dat advies overneemt.

Met de wet zouden verpleegkundigen met een hbo-opleiding 'regieverpleegkundigen' genoemd gaan worden. Mbo-geschoolde verpleegkundigen zouden voortaan 'gewone verpleegkundigen' zijn.

De wet zou op zijn vroegst 1 juli 2020 in werking treden, maar creëerde deze zomer grote onrust onder verpleegkundigen zelf. Zij begrepen niet waarom mbo-verpleegkundigen, die al jaren dezelfde complexe zorgtaken uitvoeren, ineens anders moesten worden ingezet en waarom hun jarenlange ervaring niet meer zou meetellen.

Het bestuur van beroepsvereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN) zag zich genoodzaakt op te stappen, omdat verpleegkundigen te weinig kans hebben gekregen om zich over "zo'n belangrijk onderwerp" uit te spreken.

'Wet bood uitkomst omdat eerdere gesprekken zonder resultaat bleven'

Bruins verdedigde zijn voorstel omdat gesprekken tussen werkgevers en werknemers over het creëren van onderscheid tussen mbo- en hbo-opgeleiden op de werkvloer "zonder resultaat" bleven. Een wet zou kunnen helpen, maar Bruins benadrukte dat het niet de "meest voor de hand liggende manier" is.

De minister zei al eerder dat hij bereid was om het wetsvoorstel in te trekken. Hij wil opnieuw met alle betrokken partijen om te tafel om tot een nieuw voorstel te komen.