De Hongaarse en Roemeense kandidaat-Eurocommissarissen mogen definitief niet aantreden, heeft het Europees Parlement maandag besloten.

Er was al langere tijd onzekerheid over de mogelijke aanstelling van de Hongaar László Trócsányi en de Roemeense Rovana Plumb. Een commissie van het Europees Parlement twijfelde of de kandidaten onafhankelijk en vrij hun werk konden doen.

Maandag wisten de twee bij een speciale bijeenkomst deze zekerheid ook niet te geven.

Trócsány, die de portefeuille Nabuurschap en Uitbreiding zou krijgen, was vroeger minister van Justitie onder de Hongaarse premier Viktor Orbán. Het kantoor van Trócsány draagt nog steeds zijn naam. De Hongaar wist tijdens de bijeenkomst geen opheldering te geven over de vraag of hij nog steeds aan het kantoor verbonden is.

Plumb, die commissaris van Transport zou worden, heeft een lening van 168.440 euro die haar achtervolgt. Dit bedrag moet ze terugbetalen aan een ondernemer uit de toeristische industrie. De Roemeense kandidaat-Eurocommissaris wist niet te verduidelijken waar het geld voor was bestemd.

Ursula von der Leyen, de Duitse voorzitter van de Europese Commissie, moet nu een oplossing bedenken voor de openstaande portefeuilles. Zowel Hongarije als Roemenië lieten eerder al weten niet met een nieuwe kandidaat te willen komen.

Maandag begint het parlement met de hoorzittingen van de overige kandidaten die wel door de screening zijn gekomen.