Het kabinet moet volgens de PvdA meer investeren in het onderwijs om ervoor te zorgen dat de lerarensalarissen stijgen. Door de verlaging van de winstbelasting terug te draaien, speelt het kabinet de nodige miljoenen vrij die nodig zijn om de lonen te doen stijgen en het lerarentekort te lijf te gaan. Dat zegt PvdA-leider Lodewijk Asscher woensdag tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen.

"Leraren hebben gevoel dat aan iedereen tientallen miljoenen worden beloofd, maar niets voor de kinderen in de klas", aldus Asscher. "Er is een lerarentekort en er gaat 3,4 miljard euro naar de schatkist. Hoe kun je dat doen? Er zijn kinderen die naar huis worden gestuurd of geen vijf dagen, maar vier dagen naar school gaan."

Hij vindt dat de voorgenomen belastingverlaging "een cadeau" voor grote bedrijven is dat beter kan worden ingezet voor de publieke sector. "Voor hogere salarissen van leraren, agenten en medewerkers in de zorg."

Sleutelrol PvdA in Eerste Kamer

Het kabinet kondigde in de Miljoenennota aan dat de invoering van de belastingmaatregel met een jaar wordt uitgesteld. De belastingkorting gaat pas volgend jaar in en de verlaging is minder groot dan eerder werd aangekondigd. Het tarief van 22,25 procent daalt niet naar 20,5 procent, maar naar 21,7 procent.

Dat is voor Asscher niet voldoende. Omdat het kabinet in de Eerste Kamer niet langer kan rekenen op de steun van de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU, nemen de sociaaldemocraten sinds kort een sleutelpositie in.

De PvdA-leider waarschuwde eerder in een interview met NU.nl dat hij de onderwijsbegroting kan blokkeren als er niet meer geld naar de leraren gaat. Ook voor de verlaging van de winstbelasting is steun nodig van de oppositie. Naast de PvdA zijn ook de SP en GroenLinks geen voorstander.

VVD en CDA zijn er niet van overtuigd dat meer geld de oplossing is, maar zijn bereid om te kijken waar extra geld wel tot oplossingen kunnen leiden. D66 roept het kabinet op om te doen wat nodig is om de cao-onderhandelingen vlot te trekken.

Waar het geld vandaan moet komen is niet bekend. Of het ten koste zal gaan van de verlaging van de winstbelasting, is nog maar de vraag. Bovendien hopen de coalitiepartijen dat de verlaging van het hoge vennootschapsbelastingtarief voor de grote bedrijven zal worden ingezet om de cao-lonen te laten stijgen.

'Iedereen moet voelen dat het beter gaat'

Het kabinet en de coalitiepartijen zijn ook dit jaar op zoek naar manieren om een van de belangrijkste uitgangspunten van kabinet-Rutte III - dat de mensen nu in hun portemonnee moeten voelen dat het beter gaat - gestalte te geven.

Premier Rutte erkende dinsdag dat dat vorig jaar "niet gelukt" is. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is ook gebleken dat mensen de economische groei niet terugzien in het dagelijks leven.

Volgens de premier zal een nieuw pakket lastenverlichtingen volgend jaar wel te voelen zijn in de portemonnee. Tegelijkertijd ziet hij dat de cao-lonen in de lift zitten, al staan de percentages niet op de door hem gewenste 4 tot 5 procent.

D66 dreigt verlaging van de winstbelasting terug te draaien

Wat D66-fractievoorzitter Rob Jetten betreft is de verlaging van de winstbelasting niet onomstreden. "Als de lonen niet stijgen, moet de verlaging van tafel", hield hij coalitiepartner Klaas Dijkhoff (VVD) voor.

Volgens Jetten moet de coalitie de verlaging van de belasting als drukmiddel gebruiken om het bedrijfsleven te dwingen de lonen te doen stijgen met 4 tot 5 procent.

Dat is in overeenstemming met een oproep van premier Mark Rutte, die op het VVD-congres dreigde om de verlaging van de vennootschapsbelasting terug te draaien als de lonen niet zouden stijgen. Ook de vakbond FNV pleit voor een loonstijging van 4 tot 5 procent.

Dijkhoff stond niet direct afwijzend tegenover het voorstel van Jetten. "Het is een dilemma", aldus de VVD'er. Hij is bang dat bedrijven die de verlaging van de belasting gebruiken om de lonen te doen stijgen, worden benadeeld als blijkt dat een merendeel van de grote bedrijven niet levert.

Jetten vindt dat de coalitie het bedrijfsleven moet blijven voorhouden dat er nu geleverd moet worden.