Het kabinet houdt zich volgens de Raad van State (RvS) niet aan de eigen begrotingsregels. Volgend jaar komt er bij de overheid weer meer geld binnen dan er wordt uitgegeven, maar dat overschot wordt niet gebruikt om de staatsschuld te verlagen.

"De begroting voor het komende jaar voldoet niet aan de eigen Nederlandse 'spelregels'", schrijft de RvS dinsdag over de overheidsfinanciën. Het adviesorgaan constateert dat het kabinet de uitgavenplafonds tussentijds "substantieel" aanpast. Het kabinet houdt zich wel aan de Europese regels, aldus de RvS.

Inkomsten en uitgaven van elkaar scheiden is een uitvinding van Gerrit Zalm, die de deze systematiek in de jaren negentig als minister van Financiën invoerde. Er wordt daarom ook wel gesproken van de zalmnorm.

Is er ergens een meevaller, dan mag dat geld niet worden gebruikt voor extra uitgaven, maar gaat dat naar de aflossing van de staatsschuld. Andersom hoeft het kabinet niet te bezuinigen als er minder geld dan verwacht binnenkomt; je laat de schuld dan juist oplopen. Het kabinet heeft zich in het regeerakkoord gecommitteerd aan deze norm.

Het kabinet zocht naar een manier om onder meer de lastenverlichting voor burgers, het Klimaatakkoord, het pensioenakkoord en de extra investeringen in de woningmarkt mee te kunnen betalen.

Overtreden van regels 'weloverwogen besluit' van kabinet

Minister Wopke Hoekstra van Financiën erkent in een reactie dat de regels niet strikt worden nageleefd. "De aanpassingen zijn een weloverwogen keuze van het kabinet", zegt hij in een reactie. Daarbij is het de bedoeling dat het kabinet zich in de toekomst blijft vasthouden aan de zalmnorm.

De RvS ziet ook enkele "open einden" wat betreft het pensioenakkoord, het Klimaatakkoord en het investeringsfonds. Het is namelijk niet uit te sluiten dat er meer geld nodig is om de klimaatdoelen te halen.

De doelen uit de Urgenda-zaak worden waarschijnlijk niet gehaald, bleek al eerder. Het kabinet heeft daar dit voorjaar ook al extra geld voor uitgetrokken. De effecten op de begroting van het pensioenakkoord worden aan het einde van dit jaar in beeld gebracht door het Centraal Planbureau (CPB).