Premier Mark Rutte gaat op aandringen van de Tweede Kamer alsnog uitzoeken hoe het zit met de onderhoudskosten van de paleizen van koning Willem-Alexander. Dat zegde hij dinsdag toe na vragen van Kamerleden tijdens het wekelijkse vragenuur.

D66-Kamerlid Joost Sneller merkte verzuchtend op dat er opnieuw "gedoe" is over de kosten van het koninklijk huis. In 2016 kwam het inkomen van de koning ook al in opspraak nadat bekend werd dat het koninklijk huis een compensatie ontving voor het betalen van de inkomstenbelasting.

NRC Handelsblad meldde zondag dat de Rijksoverheid ruim dertig jaar dubbel betaalt voor het onderhoud van de paleizen Noordeinde, Huis ten Bosch, Het Loo en Soestdijk.

Sneller: "Het lijkt erop dat het koninklijk huis niet langer de lasten, maar alleen de lusten draagt."

'Niets verkeerd gedaan'

Maandag zei premier Rutte nog dat de Oranjes niets verkeerd hebben gedaan en dat hij geen aanleiding zag om aan te nemen dat er iets mis is.

Hoewel Rutte die opvatting nog steeds is toegedaan, zegde hij dinsdag alsnog toe de afspraken die zijn voorgangers in het verleden met het staatshoofd hebben gemaakt op een rijtje te zetten.

Tussen 1982 en 2009 nam de rijksoverheid vrijwel de gehele inboedel van de paleizen over, waarvoor toentertijd 20 miljoen gulden werd betaald aan de erfgenamen van prinses Juliana. De waarde van deze inboedel zou nu zo'n 17 miljoen euro zijn. NRC schrijft dat de miljoenentransactie niet aan het parlement is gemeld.

De overheid werd door de koop verantwoordelijk voor het onderhouden van de inboedel, maar tegelijkertijd bleef het staatshoofd een jaarlijkse vergoeding ontvangen voor het onderhoud van de paleizen. In 1978 was dat 280.000 gulden. Dat bedrag is in de loop der jaren bijgesteld naar 320.000 euro dit jaar.