De Nederlandse overheid onderhoudt al jaren vrijwel de complete inboedels van de paleizen Noordeinde, Huis ten Bosch, Het Loo en Soestdijk, maar betaalde eveneens het staatshoofd ruim drie decennia lang jaarlijks honderdduizenden euro's voor het onderhouden van de paleisinventarissen, meldt het NRC zondagavond op basis van eigen onderzoek. In totaal zou het gaan om zo'n tien miljoen euro.

Daardoor betaalt de overheid als het ware twee keer zoveel voor het onderhoud. Dit jaar zou er ongeveer 320.000 euro worden overgemaakt. Het bedrag maakt deel uit van de 4,9 miljoen euro die koning Willem-Alexander dit jaar ontvangt voor 'personele en materiële uitgaven'.

Tussen 1982 en 2009 nam de rijksoverheid vrijwel de gehele inboedel van de paleizen over, waarvoor toentertijd 20 miljoen gulden werd betaald aan de erfgenamen van prinses Juliana. De waarde van deze inboedel zou nu zo'n 17 miljoen euro zijn. Het parlement zou nooit over die aankoop zijn geïnformeerd.

Het NRC probeerde te achterhalen hoeveel de staat in 2009 voor de meubels uit Soestdijk betaalde en maakte gebruik van de Wet openbaarheid van bestuur, maar de bedragen in overhandigde taxatierapporten waren weggelakt.

De overheid werd door de koop verantwoordelijk voor het onderhouden van de inboedel, maar alsnog ontving het staatshoofd ieder jaar een vergoeding. In 1978 ging het nog om 280.000 gulden.

Voormalig premier Dries van Agt gaf aanzet tot aankopen

Voormalig premier Dries van Agt zou in 1978 zijn overgegaan tot aanschaf van de inboedels. In de jaren daarvoor had de staat meerdere malen aan het koningshuis medegedeeld dat zij de inventaris van de paleizen wilde overnemen, omdat de kosten voor het onderhoud te hoog opliepen.

Volgens Van Agt zouden de vergoedingen aan het staatshoofd vervolgens hebben moeten dalen, maar het is onduidelijk waarom dat nooit is gebeurd.

De Oranjes kregen na de transactie de inboedel kosteloos in bruikleen terug. De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) wil geen antwoord geven op vragen van het dagblad over de onderhoudsvergoeding.

De RVD laat alleen los dat de inventaris destijds is gekocht omdat de meubels in Noordeinde en Huis ten Bosch in slechte staat verkeerden, zodat deze hersteld konden worden om de paleizen een "historisch betekenisvolle inrichting" te geven.