Het Nederlandse kabinet onderzoekt de mogelijkheid en wenselijkheid van deelname aan een trainingsmissie in Mali. Frankrijk heeft daar namelijk om verzocht. Het zou gaan om de deelname van enkele tientallen Nederlandse militairen, schrijven ministers Stef Blok (Buitenlandse Zaken) en Ank Bijleveld (Defensie) aan de Tweede Kamer.

Nederland beëindigde net drie maanden geleden een bijdrage aan de VN-missie in Mali, genaamd Minusma. Nederlandse militairen voerden daar langeafstandsverkenningen uit, voornamelijk in het noorden van het land. Het gaat dit keer om deelname aan de Combined Joint Special Operations Task Force (CJSOTF).

Het kabinet besloot te stoppen met de missie om de gereedheid van de krijgsmacht op orde te krijgen. De inzet eiste veel van mensen en materieel. Bovendien werd door het stoppen extra inzet in andere gebieden mogelijk zoals in Afghanistan.

De regering heeft steeds gezegd actief te willen blijven in de Sahel-regio. Aan enkele andere missies in de Sahel neemt een handvol Nederlanders deel. De situatie in Mali blijft erg onveilig. Minusma is de gevaarlijkste missie van de VN. Er zijn al meer dan tweehonderd blauwhelmen gesneuveld.

Fransen hebben verzoek neergelegd bij dertien landen

De Fransen hebben in totaal dertien Europese landen gevraagd aan de nieuwe trainingsmissie mee te doen. De multinationale trainingsmissie moet in totaal 450 militairen gaan tellen.

Deze militairen moeten actief worden in de regio Liptako-Gourma. Dat is een grensgebied in Burkina-Faso, Niger en Mali. Ze moeten daar de Malinese strijdkrachten ondersteunen door middel van training, advisering en begeleiding, aldus beide ministers.

In Liptako-Gourma zijn rebellen en criminelen actief. De Malinezen moeten er ook illegale migratie bestrijden.