Ook de PvdA wil van het leenstelsel voor studenten af. Daarmee lijkt er een Kamermeerderheid voor de herinvoering van de basisbeurs te zijn.

De PvdA sluit zich aan bij Coalitie-Y, een initiatief van ChristenUnie en jongerenorganisaties die maatregelen willen nemen om de nieuwe generatie jongeren meer zekerheid te geven.

Er komt volgens de initiatiefnemers te veel druk op deze groep te liggen, door onder meer problemen op de woningmarkt en de toenemende druk van een studieschuld.

PvdA-leider Lodewijk Asscher legt in het AD uit dat hij een nieuwe basisbeurs voor kinderen van ouders die tot ongeveer 100.000 euro verdienen wil. "Een veel grotere groep zou dan in aanmerking komen voor de aanvullende beurs", aldus Asscher.

De PvdA was in het vorige kabinet samen met de VVD en toenmalig oppositiepartijen GroenLinks en D66 een van de architecten van het leenstelsel die in 2015 de basisbeurs verving. Het idee was destijds dat de bakker niet zou meebetalen aan de studie van de advocaat.

Met de draai van de PvdA is er in de huidige Tweede Kamer een ruime meerderheid voor het afschaffen van het leenstelsel. Eerder trok GroenLinks zijn handen er al vanaf. Alleen VVD en D66 steunen het stelsel nu nog.

Met het leenstelsel gaan studenten meer betalen voor hun studielening, maar krijgen ze langer de tijd om af te lossen.

Asscher: 'Jongeren krijgen emmer onzekerheid over zich heen'

Dat er in de Kamer een meerderheid voor het afschaffen van het leenstelsel is, betekent niet dat er ook direct iets gaat veranderen. De stap van de PvdA en eerder die van GroenLinks moeten worden gezien als inzet voor de formatie na de Tweede Kamerverkiezingen in 2021.

De afschaffing kost veel geld en betekent bovendien dat sommige studenten veel meer voor de studie heeft moeten betalen dan anderen. Of en hoe die groep in dat geval zal worden gecompenseerd, is nog niet duidelijk.

Vooralsnog wil Asscher dat jongeren meer zekerheid krijgen, zegt hij tegen het AD. "Je ziet nu dat de jongeren een emmer vol onzekerheid over zich heen krijgen. Zij hebben al te maken met minder baanzekerheid, met woningnood, en dan is het voor sommige jongeren te veel om ook te moeten lenen."

Minister gaat stelsel 'tegen het licht houden'

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven gaat het leenstelsel voor studenten tegen het licht houden. Blijkt daaruit inderdaad dat het voor sommige studenten "een grote belemmering" is, zoals een flinke Kamermeerderheid inmiddels vindt, dan gaat het kabinet "kijken naar de mogelijke aanpassingen". Het is onwaarschijnlijk dat dit kabinet nog iets zal veranderen, omdat de huidige coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie heeft afgesproken het leenstelsel intact te laten.

Van Engelshoven wil een "onderbouwing" voor het debat bieden "door gedegen te kijken naar de effecten van het nieuwe stelsel". Ze buigt zich over de periode van 2011 tot 2019 en begint dus al voor de afschaffing van de basisbeurs. Zo wil ze in beeld krijgen wat daardoor precies is veranderd.

De evaluatie moet voor volgend jaar zomer klaar zijn, vlak voordat de politiek zich warmloopt voor verkiezingen.

Tegenstanders waarschuwden al in 2014 voor grote problemen

De invoering van een leenstelsel voor studenten in plaats van een basisbeurs was in 2015 een van de belangrijkste wapenfeiten van toenmalig onderwijsminister Jet Bussemaker (PvdA). Het geld dat hiermee zou worden bespaard, zou geïnvesteerd moeten worden in het hoger onderwijs. Die belofte is alleen tot op de dag van vandaag niet volledig nagekomen.

Tegenstanders van het leenstelsel spraken in 2014 al de vrees uit dat studenten met hoge schulden komen te zitten, boven op de al hoge lasten voor starters op de woningmarkt en de arbeidsmarkt.