Het vizier bij Forum voor Democratie (FVD) moet zo snel mogelijk weer op de toekomst gericht worden. Partijleider Thierry Baudet ziet de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 als "het grote moment" en wil daarom het gedonder binnen de partij zo snel mogelijk achter zich laten.

"Er zijn geen vragen gesteld over het verleden, dat betekent dat jullie door willen. Dat gaan we ook doen", stelde Baudet maandagavond tevreden vast.

FVD hield in Zaandam vlak voor de aftrap van het politieke seizoen in een bomvolle zaal een bijeenkomst om vooruit te kijken, maar er werd toch ook even stilgestaan bij het verleden. Afgelopen zomer stormde het bij FVD en die storm is nog niet gaan liggen.

Henk Otten, oud-penningmeester, medeoprichter, voormalig vertrouweling van Baudet met nog tal van dat soort functies die duiden op een vroegere hechte band met FVD, werd eind juli uit de partij gezet. Inmiddels heeft de Groep-Otten drie zetels.

Baudet: 'Dingen gebeurd die mij een vriend hebben gekost'

Dit was een beslissing die vooral Baudet veel pijn heeft gedaan. Althans, als je zijn inleidende woorden in Zaandam mag geloven. "Er zijn dingen gebeurd het afgelopen half jaar die mij persoonlijk heel veel verdriet hebben gedaan. Die mij een vriend hebben gekost", zei Baudet over het vertrek van Otten, zonder zijn naam uit te spreken.

Maar toch, zei Baudet er direct achteraan, het royement van Otten was onvermijdelijk. Volgens hem zou "geen enkele vereniging kunnen accepteren" wat Otten heeft gedaan met subsidiegeld. De oud-penningmeester wordt door het FVD-bestuur beschuldigd van fraude, maar Otten ontkent in alle toonaarden en heeft zelfs aangifte gedaan van smaad en laster.

Ook volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken is er niet gesjoemeld met overheidsgeld.

Daarover wordt met geen woord gerept in Zaandam. Ook niet over de richtingenstrijd die volgens Otten wel, maar volgens Baudet niet gevoerd wordt.

Theo Hiddema en Thierry Baudet in Zaandam. (Foto: Pro Shots)

Partij wil nu vooral eenheid uitstralen

Deze avond moest vooral duidelijk maken dat FVD eenheid uitstraalt. Partijkopstukken Baudet, Theo Hiddema (Tweede Kamerlid), Paul Cliteur (fractievoorzitter Eerste Kamer), Derk Jan Eppink (Europees Parlement) en Annabel Nanninga (gemeenteraad Amsterdam) hielden te midden van de ongeveer drieduizend bezoekers een korte speech over hoe zij Nederland willen veranderen.

Hiddema gaat onderzoeken hoe de asielprocedure in Nederland werkt en maakt daar een documentaire over. Eppink belooft wél de Nederlandse burger in Brussel te vertegenwoordigen, Cliteur benadrukt dat de overgebleven negen FVD-senatoren "een hechte club" vormen. En Baudet herhaalt dat Nederland bang is voor de eigen taal, de eigen geschiedenis en de eigen cultuur. Kortom: de angst voor het eigene, oftewel oikofobie.

De partij moet weer op de rails gezet worden. Daarom werd en passant de uitbreiding van het bestuur van drie naar vijf personen aangekondigd. De bestuurders in spe zaten al op de eerste rij en werden netjes voorgesteld aan de zaal. Iemand uit de zaal wilde weten of de leden daar ook iets over te zeggen hebben. "Absoluut", antwoordde Baudet. "Wij zijn een democratische partij." De regels binnen FVD zijn alleen op zo'n manier opgesteld dat partijleden daar praktisch geen invloed op hebben.

'Wanneer ga jij je afsplitsen, Theo?'

Er waren vooral veel lachende gezichten en zo leek de bijeenkomst geenszins op crisismanagement. Er kon zelfs worden gegrapt over Hiddema's aandeel in de onrust. "Wanneer ga jij je afsplitsen, Theo?", vroeg Baudet. Het Tweede Kamerlid had namelijk vorige week tegen een verslaggever van talkshow Jinek gezegd dat Otten wat hem betreft onterecht uit de partij is gezet.

Maar ook die uitspraak werd vakkundig weggemasseerd. Het zou een Jinek-item worden over hem en zijn kat in de Belgische badplaats Knokke-Heist, maar er kwamen alleen maar vragen over "een zekere" Otten. "Die kat kwam nauwelijks aan bod", zei een verbouwereerde Hiddema. De conclusie was simpel: een frame van de media. Het zoveelste frame.

Het publiek was niet naar Zaandam gekomen om de volksvertegenwoordigers ter verantwoording te roepen. Ze wilden zien dat de partij er weer staat en dat is precies wat ze kregen.