Buitenlandse kinderen die door de Kinderbescherming in de gaten worden gehouden, komen voortaan in aanmerking voor een tijdelijke verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Dit geldt ook voor vreemdelingen die door hun samenwerking met politie of justitie gevaar lopen.

Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid) schrijft dit dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer. Reden voor het besluit is de afschaffing van de discretionaire bevoegdheid, waarmee ze personen die niet aan de voorwaarden voldoen toch een status kon geven.

De kinderen die meer kans op een verblijfsvergunning maken, hebben binnen het gezin te maken met ontwikkelingsbedreiging en mogen niet in Nederland blijven. De kinderbeschermingsmaatregel die hen opgelegd kan worden, is volgens Broekers-Knol een laatste redmiddel.

De kinderen mogen alleen in Nederland blijven als de maatregel minstens één jaar duurt en niet over te dragen is aan andere landen waar ze naartoe kunnen, bijvoorbeeld het thuisland of het eerste Europese land waar ze zich hebben gemeld. De verblijfsstatus vervalt zodra de kinderbeschermingsmaatregel wordt opgeheven.

Vreemdelingen die hebben samengewerkt met politie of justitie en daardoor in gevaar komen, maken eveneens meer kans op verblijf in Nederland. Ze worden voor de duur van de dreiging beschermt, aldus Broekers-Knol.