Het intrekken van het Nederlanderschap van uitgereisde jihadisten is vaak niet mogelijk, zo blijkt maandag uit een brief van minister Ferd Grapperhaus en staatssecretaris Ankie Broekers-Knol van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat er niet altijd voldoende informatie is om "een intrekking op te kunnen baseren".

In de afgelopen periode is de overheid slechts elf intrekkingen van het Nederlanderschap gestart. In deze zaken staat ook het beroep nog open.

Naar schatting komen honderd uitgereisde personen in aanmerking voor het intrekken van het Nederlanderschap, omdat zij een dubbele nationaliteit hebben. Als iemand geen dubbele nationaliteit heeft, kan het Nederlanderschap niet worden ingetrokken omdat iemand dan stateloos is.

Er worden naast de elf al gestarte zaken niet veel meer intrekkingen verwacht, zo schetsten Grapperhaus en Broekers-Knol. Dit heeft onder meer te maken met het gebrek aan informatie over de personen.

Feitelijke informatie moet beschikbaar zijn

Zo moet er sprake zijn van feitelijke informatie waaruit blijkt dat de persoon in kwestie zich heeft aangesloten bij een terroristische organisatie.

"Ook moet boven redelijke twijfel verheven zijn dat de betrokkene de door de terroristische organisatie nagestreefde doelen onderschrijft en dat hij de intentie heeft om zich bij deze organisatie aan te sluiten", aldus Grapperhaus en Broekers-Knol.

Driehonderd personen uitgereisd naar Irak of Syrië

Op verzoek van de Tweede Kamer deden de bewindspersonen de afgelopen periode onderzoek naar het intrekken van Nederlanderschap van de uitgereisde personen.

De afgelopen jaren zijn volgens de cijfers driehonderd personen "met jihadistische intenties" uitgereisd naar Syrië of Irak. Ongeveer negentig personen zijn gesneuveld, zestig volwassenen zijn inmiddels teruggekeerd. Van de groep die overblijft, hebben honderd personen een dubbele nationaliteit.