De stint mag aan het begin van het nieuwe schooljaar definitief weer de weg op. Wel moet de elektrische bolderkar, die vooral door kinderdagverblijven wordt gebruikt, aan bepaalde voorwaarden voldoen, schrijft minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) woensdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Van Nieuwenhuizen heeft met de kinderopvangsector afspraken gemaakt rond de herintroductie van de stint.

Ook wordt gekeken of er maximaal tien in plaats van acht kinderen in de stint mogen worden vervoerd. Dat was een nadrukkelijke wens van de kinderdagverblijven, zodat zij minder vaak heen en weer hoeven te rijden.

Om tien kinderen te vervoeren, moet de bestuurder ten minste achttien jaar oud zijn en een rijvaardigheidstraining hebben gedaan.

Er worden door de sector steekproeven gehouden om te kijken of de kinderopvanglocaties zich aan de voorwaarden houden. Als blijkt dat 10 procent zich hier niet aan houdt, wordt het convenant ingetrokken en mogen er niet meer dan acht kinderen in een stint worden vervoerd.

Minister verwacht geen uitsluitsel voor 2020

Van Nieuwenhuizen moet nog een definitief toelatingsbesluit nemen, maar de bewindsvrouw verwacht op dat gebied geen uitsluitsel voor 2020. Het ministerie, de fabrikant van de stint en de toezichthouder RDW hebben afgesproken nauw contact te houden over de voortgang van de herintroductie.

De stint werd door Van Nieuwenhuizen van de weg gehaald nadat het voertuig vorig jaar betrokken was bij een dramatisch ongeluk in Oss waarbij vier kinderen om het leven kwamen.

Het is ook na onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) niet duidelijk wat de oorzaak van het ongeluk is.