De Tweede Kamer wil een parlementaire ondervraging over ongewenste financiering van Nederlandse moskeeën uit onvrije Golfstaten. Met dit middel, vaak aangeduid als 'mini-enquête', zijn getuigen verplicht te komen opdagen en worden ze onder ede verhoord door parlementariërs.

Het is een lang gekoesterde wens van de Kamer om meer inzicht te krijgen in de financiering van moskeeën in Nederland uit de islamitische Golfstaten Koeweit en Saoedi-Arabië.

Dit voorjaar onthulden NRC en Nieuwsuur dat ruim dertig islamitische organisaties in Nederland geld hebben gevraagd of hebben ontvangen uit deze twee landen. De overheid hield deze geldstromen jarenlang geheim.

Het kabinet vindt het nog steeds onverstandig om die financiering openbaar te maken. Dat zou ten koste gaan van de informatie die Nederland nu nog vrijwillig van deze landen krijgt, zei minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) destijds in de Kamer.

Formaliteit dat Kamer nu instemt

Dat de Kamer nu instemt met een parlementaire ondervraging is een formaliteit. De SP en SGP kondigden dit vorig jaar mei al aan, maar gaven het kabinet nog de tijd om eerst zelf met concrete stappen te komen. Uiteindelijk brachten de partijen afgelopen maart alsnog hun voorstel in stemming en kregen ze een zeer ruime meerderheid. Alleen DENK stemde toen tegen.

Een parlementaire ondervraging is na een parlementaire enquête het zwaarste onderzoeksmiddel dat de Kamer kan inzetten. Bij een parlementaire ondervraging kan er sneller worden gewerkt omdat er minder lang onderzoek wordt gedaan vergeleken met een parlementaire enquête. Er komt bij een ondervraging ook geen eindonderzoek met conclusies en aanbevelingen. De verhoren zijn openbaar.