De Klimaatwet komt er definitief nu de Eerste Kamer hier ook mee heeft ingestemd. Dat er een meerderheid voor was, is geen verrassing gezien de acht partijen die hun handtekening eronder hebben gezet. Een overzicht van de belangrijkste punten.

De Klimaatwet is een initiatief uit de Tweede Kamer van GroenLinks en PvdA. Later sloten SP, 50PLUS en coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zich hier bij aan.

Het is een "kaderwet", zei GroenLinks-leider Jesse Klaver. Daarmee bedoelt hij dat er geen specifieke maatregelen in staan (die komen uit het klimaatakkoord, dat is een ander traject), maar alleen de route voor het behalen van de klimaatdoelen.

Het kabinet heeft namens Nederland 'Parijs' ondertekend om de opwarming van de aarde te beperken en zo de risico's van klimaatverandering zo klein mogelijk te houden.

Omdat de aarde voornamelijk door de uitstoot van broeikasgassen opwarmt, wil het kabinet het Nederlandse aandeel flink te verlagen.

Overigens staan er geen juridische sancties in de wet voor het geval de doelen niet worden gehaald. Dat is volgens de initiatiefnemers ook niet nodig, want zonder de wet kun je de Staat ook voor de rechter dagen vanwege niet gehaalde klimaatdoelen, bewees duurzaamheidsorganisatie Urgenda al meerdere keren.

De doelen en plannen

Voor 2030 moeten de broeikasgassen, vooral CO2, met 49 procent zijn verminderd ten opzichte van het ijkjaar 1990. In 2050 moet de reductie verder oplopen tot 95 procent.

Tegelijkertijd willen de opstellers van de wet het aandeel duurzame energie opschroeven tot 100 procent in 2050. Ook moet er energie worden bespaard, maar daar staat geen concreet doel tegenover.

Om het klimaatbeleid niet afhankelijk van een enkel kabinet te maken, moet het kabinet iedere vijf jaar een klimaatplan maken. In dat plan staan de belangrijkste beslissingen die de overheid de komende jaren neemt op het gebied van klimaatbeleid en worden de laatste nationale en internationale klimaatontwikkelingen beschreven.

In het klimaatplan staat verder of Nederland nog op koers ligt wat betreft de CO2-doelen en met het aandeel van de opwekking van duurzame energie. Ook worden de maatschappelijke en financiële gevolgen van de klimaatplannen in kaart gebracht.

Het klimaatplan moet als houvast dienen voor de jaarlijkse klimaatnota van het kabinet.

De klimaatnota en de Klimaatdag

Ieder jaar wordt er door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een Klimaat- en Energieverkenning gepubliceerd waarin de laatste cijfers en andere actuele zaken omtrent het klimaat staan.

De publicatie verschijnt op iedere vierde donderdag in oktober. Die dag wordt voortaan Klimaatdag genoemd.

Het kabinet komt ieder jaar met een reactie op deze verkenning van het PBL in een klimaatnota, waarin staat hoe de doelen uit het klimaatplan moeten worden gehaald. Daarover wordt ieder jaar gedebatteerd met het parlement.

Dat deze methode veel lijkt op Prinsjesdag, altijd op de derde dinsdag in september gevolgd door een debat over de Miljoenennota, is niet toevallig gekozen. Zo moet het kabinet ieder jaar met plannen komen die door het parlement kunnen worden gecontroleerd.