Een door minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) ingestelde commissie adviseert per 2020 een andere verdeling van het bestaande geld bij instellingen in het hoger onderwijs. Zo moet de focus minder op studentenaantallen liggen en meer op samenwerking, aldus de commissie.

De commissie, die wordt geleid door de voormalige staatssecretaris Martin van Rijn, is in het leven geroepen met als taak onafhankelijk advies te geven over een herziening van de bekostiging van het hoger onderwijs en onderzoek.

De commissie vindt dat de huidige wijze van financiering te veel is gericht op het aantal ingeschreven studenten. "Deze groeiprikkel moet kleiner en de vaste onderwijsbekostiging moet groter voor meer stabiliteit."

Dit "perverse mechanisme" moedigt volgens de commissie instellingen aan om zo veel mogelijk studenten aan te trekken, bijvoorbeeld door Engels als voertaal te gebruiken of nieuwe opleidingen te starten. De concurrentie zou volgens het advies juist plaats moeten maken voor samenwerking.

Te weinig plek op opleidingen bètatechniek

De commissie wijst onder meer op het grote gat tussen de opleidingscapaciteit en de vraag naar afgestudeerden in bètatechniek op de arbeidsmarkt.

Al jaren stijgt het aantal studenten dat dit soort opleidingen volgt. De betrokken instellingen zijn vanwege capaciteitsproblemen niet in staat om alle inschrijvers onderwijs aan te bieden. Om die reden hanteren de instellingen steeds vaker een numerus fixus.

De commissie ziet dit als onwenselijk en vreest voor schade aan de Nederlandse kenniseconomie. Voor de aanpak van de problemen in de bétatechniek zou per 2020 structureel 60 miljoen euro nodig zijn.

Voor de lange termijn vindt de commissie het belangrijk dat er onder meer wordt gekeken naar mogelijkheden om de instroom van studenten en de bekostiging van de benodigde opleidingscapaciteit beter af te stemmen op de arbeidsmarkt.

Verschuiving van honderden miljoenen euro's

Als alle adviezen worden opgevolgd, dan zou in het wo (300 miljoen euro) net iets meer geld worden verschoven dan in het hbo (260 miljoen euro). De commissie schat de herverdeeleffecten in het wo op 70 miljoen euro. In het hbo gaat het om een bedrag van 21 miljoen euro.

De commissie stelt verder dat transparantie in de kosten van onderwijs en onderzoek - waar de concurrentie is "doorgeschoten" - ontbreekt. Daarom wordt minister Van Engelshoven een kostenonderzoek aangeraden.

De minister laat in een eerste reactie weten het een "zeer interessant" rapport te vinden met "waardevolle aanbevelingen". Ze zegt verder haar beleidsreactie vóór de zomer naar de Tweede Kamer te sturen.