De Nederlandse economie laat ook in 2018 een zonnig beeld zien. Nadat de overheidsfinanciën er in het economisch jubeljaar 2017 al goed bij lagen, kan minister Wopke Hoekstra (Financiën) nu opnieuw tevreden terugkijken. Voor het eerst kunnen de resultaten volledig op het conto van het kabinet-Rutte III worden geschreven.

De economische cijfers van 2018 laten op veel fronten een positief beeld zien.

Dat was geen grote verrassing, gezien de laatste berekeningen die het Centraal Planbureau (CPB) in maart publiceerde; er was een begrotingsoverschot (1,5 procent van het bbp), de economie groeide (2,7 procent van het bbp) en de werkloosheid daalde tot onder het laagste niveau van voor de financiële crisis 3,8 procent van de beroepsbevolking).

Dat staat allemaal in het financieel jaarverslag van het Rijk dat ieder jaar op de derde woensdag in mei wordt gepubliceerd.

Op deze dag wordt teruggekeken op hoe de ministeries in het afgelopen jaar met hun begrotingen zijn omgegaan. Is er gedaan wat er is beloofd? Is het belastinggeld op de juiste manier uitgegeven? Die vragen worden op 'Verantwoordingsdag' beantwoord.

De Algemene Rekenkamer is de externe, onafhankelijke beoordelaar. Die constateerde onder andere dat het extra geld dat het kabinet vorig jaar te besteden had, maar moeilijk uit te geven was.

Verantwoordingsdag is tegenhanger van Prinsjesdag

Verantwoordingsdag is de tegenhanger van Prinsjesdag, op de derde dinsdag in september, wanneer de begroting en de overheidsplannen voor het komende jaar bekend worden gemaakt, maar dan een stuk minder ceremonieel.

Vergeleken met de cijfers van Prinsjesdag 2017 kan Hoekstra met nog meer tevredenheid terugkijken op het afgelopen jaar. Toen werd er namelijk nog rekening gehouden met een begrotingsoverschot van 0,8 procent, bijna de helft van wat het uiteindelijk is geworden.

Hoekstra liet al eerder weten dat meevallers van de overheidsfinanciën terugvloeien naar de staatsschuld. Die was vorig jaar 405 miljard euro, ofwel 52,4 procent van het bbp. "Gezonde overheidsfinanciën zijn een randvoorwaarde om onze welvaart vast te houden", zegt Hoekstra in een reactie op de cijfers.

“Ik hoop dat de private sector een inhaalslag zal maken”
Wopke Hoekstra

Goed presterende economie en arbeidsmarkt kent ook nadelen

Een goed presterende economie en arbeidsmarkt kent ook nadelen, erkent Hoekstra. Zo voelt niet iedereen dat het beter gaat, zegt hij.

De lonen bij bedrijven stijgen maar mondjesmaat, maar daar heeft de overheid geen invloed op. "Als overheid gaan wij over de salarissen in de publieke sector", zei de bewindsman. Het kabinet heeft volgens hem ingezet op "forse investeringen" bij het primair onderwijs, de politie en de Rijksoverheid.

Hoekstra: "Ik hoop dat het bedrijfsleven dat ook wil doen".

De huidige krapte op de arbeidsmarkt zou er volgens de logica van arbeidseconomen voor moeten zorgen dat de lonen stijgen, maar dat is niet het geval. "Het heeft iets mysterieus", zegt Hoekstra daarover. "Misschien moet de krapte nog verder toenemen, maar ik hoop dat de private sector een inhaalslag zal gaan maken."

De spanning op de arbeidsmarkt lijkt al een hoogtepunt te hebben bereikt, bleek deze week uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); in het eerste kwartaal was er een recordaantal openstaande vacatures.

Het is vooralsnog een luxeprobleem. Net zoals dat het kabinet de klaarliggende miljarden voor onderwijs, zorg, infrastructuur en defensie in 2018 niet allemaal heeft kunnen uitgeven. Al zijn de publieke uitgaven vergeleken met 2017 met 13 miljard euro gestegen.

Het grootste deel van het geld dat op de plank bleef liggen, wordt dit jaar alsnog besteed, belooft Hoekstra.