Het kabinet kan niet de nationaliteit intrekken van personen die zich hebben aangesloten bij een strijdgroep, als deze groep op het moment van aansluiten nog niet op de wettelijke lijst van verboden organisaties stond.

Dat oordeelt de Raad van State (RvS) woensdag in een rechtszaak tegen twee mannen die in 2013 en 2014 actief waren in Irak en Syrië. De groepen waarbij zij zich hadden aangesloten, zijn in 2017 op de lijst gezet.

De twee verloren hun Nederlandse paspoort, maar volgens de hoogste bestuursrechter mag dat niet. De nationaliteit kan op basis van de wet niet met terugwerkende kracht ingetrokken worden.

Het is onduidelijk waar de beide mannen zich bevinden. Volgens de Raad van State kan niet worden vastgesteld of de mannen nog bij een verboden organisatie aangesloten zijn, omdat er niets over hun activiteiten in de laatste jaren bekend is.

Intrekken Nederlanderschap in dit geval 'niet aanvaardbaar'

"Juist omdat intrekking van het Nederlanderschap zo'n zware maatregel is, is het niet aanvaardbaar dat de staatssecretaris Mark Harbers (Justitie en Veiligheid, red.) met terugwerkende kracht alsnog deze wettelijke mogelijkheid op de mannen toepast", aldus de Raad van State.

Overigens blijft de mogelijkheid om de nationaliteit in te trekken bestaan voor personen die zich na de wetswijziging hebben aangesloten bij een organisatie op de verboden lijst.