Het definitieve klimaatakkoord, waar sinds februari vorig jaar over wordt onderhandeld, is waarschijnlijk nog later klaar dan waar aanvankelijk rekening mee werd gehouden. Premier Mark Rutte denkt dat er in mei een akkoord ligt. Eerder werd gerekend op eind april.

"Kwaliteit gaat boven snelheid", zei Rutte vrijdag tijdens zijn wekelijkse persconferentie. "We komen er wel uit, maar het is heel complex."

Uiteindelijk verwacht de premier dat er voor de zomer een klimaatakkoord ligt. "Ik taxeer dat we er half mei, begin juni uit zijn."

Aan het begin van het proces mikte het kabinet erop dat er eind december een akkoord zou liggen. Desondanks wil Rutte nu niet spreken van onderschatting.

Onlangs liet Ed Nijpels, de voorzitter van het overlegorgaan dat de conceptklimaatplannen bedacht, ook al weten dat er pas in juni een klimaatakkoord gepresenteerd kan worden.

De coalitie en het kabinet hebben afgesproken dat de uitstoot van CO2 in 2030 gehalveerd moet zijn ten opzichte van 1990 om de opwarming van de aarde te beteugelen.

Er wordt nadrukkelijk gezocht naar breed draagvlak, omdat de plannen over meerdere jaren veel impact hebben.

CO2-heffing voor industrie groot twistpunt

Rutte noemt in het bijzonder een CO2-heffing voor de industrie een lastig onderwerp. Deze week lekten plannen uit dat het kabinet aan een beperkte heffing voor bedrijven werkt, terwijl GroenLinks en PvdA juist pleiten voor een zogenoemde generieke heffing waarbij bedrijven veel zwaarder worden belast.

De twee linkse partijen hebben hier zelf ideeën voor aangeleverd die momenteel worden doorgerekend door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dat daar nog geen uitkomsten van bekend zijn, maakt het extra ingewikkeld om definitieve plannen te maken, zei Rutte.

Voor het kabinet geldt dat de industrie een eerlijk aandeel moet betalen aan de CO2-uitstoot. Wat 'eerlijk' in dit geval precies betekent, wordt duidelijk zodra de plannen worden gepubliceerd. Tegelijkertijd wil het kabinet voorkomen dat bedrijven naar het buitenland vertrekken vanwege hogere belastingen.

In dat geval verdwijnen er banen in Nederland en is er alsnog sprake van CO2-uitstoot, maar dan in het buitenland. Bovendien bestaat er al een beprijzing van CO2 in Europees verband (ETS).

Een ander belangrijk geschil in de klimaatplannen zijn de alsmaar stijgende energiekosten vanwege de transitie naar duurzame energie, maar daar heeft het kabinet al maatregelen voor aangekondigd.