Twee Nederlandse diplomaten hebben in 2017 geprobeerd vier Syriëgangers terug naar Nederland te halen. Zij zouden in dit kader informatie hebben uitgewisseld met Turkije en het Vrije Syrische Leger, meldt de NOS woensdag.

Dat is opvallend, omdat premier Mark Rutte in 2015 nog zei dat hij liever zag dat "jihadisten daar zouden sterven dan terug zouden keren". Het beleid is er nu op gericht dat Nederland niet actief hulp biedt aan de Nederlanders die zijn afgereisd naar het strijdgebied in Irak of Syrië.

De NOS schetst op basis van een reconstructie dat de ambtenaren het twee jaar geleden verstandig vonden om de Syriëgangers "gecontroleerd" terug te halen.

De informatie-uitwisseling van de ambtenaren zou niet hebben geleid tot de daadwerkelijke terugkeer van de Nederlandse jihadisten.

Beleid was aanvankelijk soepeler

Ook een brief van het kabinet zou erop wijzen dat het beleid destijds soepeler was. Hierin wordt vermeld dat uitgereisde Nederlandse jihadisten geholpen kunnen worden als ze zich zelfstandig melden bij een Nederlandse vertegenwoordiging buiten het strijdgebied.

Eind vorig jaar bevonden nog 135 jihadisten met een Nederlandse achtergrond zich bij terroristische groepen in Irak en Syrië.

Aanzienlijke aantallen keren zelf terug naar Europa

De AIVD heeft dinsdag in een jaarrapport laten weten dat "aanzienlijke aantallen" jihadisten terugkeren naar Europa. Volgens de inlichtingendienst ging het eind 2018 om ongeveer 55 strijders.

Wie terugkeert, wordt opgepakt en vastgezet. In Nederland lopen meerdere rechtszaken tegen Syriëgangers.