Het gedeeltelijk verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding zoals de boerka gaat naar verwachting pas in op 1 augustus. Het kabinet mikte aanvankelijk op 1 juli, maar minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken heeft de datum verplaatst.

"Op deze manier wordt namelijk gezorgd dat het verbod niet tijdens het schooljaar ingaat", schrijft de bewindsvrouw in een Kamerbrief. Dat zou verwarring moeten voorkomen over het moment waarop het verbod van kracht is.

De minister schrijft verder dat gesprekken met verschillende ministeries en sectoren die te maken krijgen met het 'boerkaverbod' nog lopen. "In verband met de zorgvuldigheid is hier tijd voor nodig", aldus Ollongren.

Critici spreken van symboolwetgeving

Bijna een jaar geleden nam de Eerste Kamer het gedeeltelijk verbod van gezichtsbedekkende kleding zoals de boerka, bivakmutsen en integraalhelmen aan.

Het verbod geldt voor het dragen van boerka's, nikabs, bivakmutsen en integraalhelmen in het openbaar vervoer, de zorg, het onderwijs en overheidsgebouwen.

Wie de wet overtreedt, riskeert een boete van 410 euro. Een hoofddoek of een keppeltje vallen niet onder het verbod.

Critici van de wet spreken van symboolwetgeving. Onder hen bevinden zich niet alleen de politieke partijen die tegenstemden, maar ook de Raad van State, de onafhankelijke juridisch adviseur van de regering.

Verschillende grote gemeenten, zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, lieten eerder al weten geen prioriteit te geven aan de handhaving van het boerkaverbod.