De verhoging van de energiebelasting voor huishoudens die dit kabinet doorvoert, wordt vanaf 2020 weer teruggedraaid. Daarnaast wordt er een vorm van CO2-heffing voor bedrijven uitgewerkt. Die moet in april klaar zijn.

Dat hebben premier Mark Rutte en minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) woensdagmiddag laten weten in een reactie op de doorrekeningen van de klimaatplannen door het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Daaruit blijkt dat met het pakket aan maatregelen het doel van een CO2-reductie van 49 procent waarschijnlijk niet gehaald zal worden, het aandeel van de sector industrie achterblijft en huishoudens met een laag inkomen er het meest op achteruit gaan.

Daarom neemt het kabinet nu aanvullende maatregelen. Te beginnen met de energienota, die rust te veel op de schouders van de burgers, vindt Rutte. "We willen de belasting voor huishoudens verlagen en die voor bedrijven verhogen", aldus de premier.

Opslag op energierekening wordt anders verdeeld

De opslag op de energierekening wordt anders verdeeld onder burgers en bedrijven. Uit die opslag worden subsidies betaald voor de opwekking van duurzame energie.

Nu is die belasting gelijk verdeeld, terwijl bedrijven veel meer energie verbruiken. De verhouding wordt daarom een derde voor huishoudens en twee derde voor bedrijven.

Rutte ontkent overigens niet dat de aangekondigde maatregelen te maken hebben met de Provinciale Statenverkiezingen op 20 maart. "De verkiezingen spelen een rol", aldus de premier.

Eigen methode van industrie levert te weinig CO2-besparing op

Wiebes en Rutte moesten ook concluderen dat het boete-bonussysteem waarmee de industrie zelf op de proppen kwam, te weinig oplevert om het klimaatdoel te halen. "De CO2-tonnen worden niet gehaald", aldus Wiebes.

Het PBL maakte eerder op woensdag gehakt van het boete-bonussysteem waarbij bedrijven zelf plannen mogen aandragen voor hoe zij CO2 willen besparen. Het is te vaag en te vrijblijvend, concludeerde het planbureau.

Wiebes herhaalde wat hij tot dusver altijd over een CO2-heffing heeft gezegd: bedrijven moeten het kunnen betalen en niet besluiten hun heil buiten Nederland te zoeken vanwege de lastenverzwaring.

De opbrengsten van die heffing worden gebruikt om de industrie te vergroenen.

Minder subsidie voor elektrische auto's

Het kabinet kijkt verder naar de vergroening van het wagenpark. In de plannen van het ontwerpklimaatakkoord worden flinke subsidies uitgedeeld voor nieuwe elektrische auto's. In het beste geval kon een autokoper 6.000 euro terugkrijgen van de overheid.

Deze "oversubsidiëring" wil het kabinet nu tegengaan, ook komt er meer aandacht voor tweedehands elektrische voertuigen. Deze maatregelen leveren geld op dat weer teruggesluisd kan worden naar bezitters van benzine- en dieselauto's die hun belastingen juist zagen stijgen.

Tot slot wordt gekeken naar maatregelen om meer CO2 te besparen in de landbouwsector en worden de mogelijkheden van de opslag van broeikasgassen onder de grond (CCS in jargon) ingeperkt.

Klaver: 'Onze politieke opponenten komen onze kant op'

Oppositiepartijen GroenLinks en PvdA pleitten al langer voor een verlaging van de energierekening en de invoering van een CO2-taks.

Jesse Klaver (GL) reageert opgetogen, omdat het kabinet en de coalitie zijn plannen nu wel lijken over te nemen. Dat zijn handtekening niet onder de plannen staat, maakt hem niet zo veel uit. "Ik zie dat onze politieke opponenten onze kant opkomen, dat is winst", aldus Klaver.

D66-fractievoorzitter Rob Jetten, wiens partij wel regeert zegt in een reactie: "Politiek is de kunst van het mogelijke, niet van mooie praatjes. Niet lullen maar poetsen. Vandaag ziet de kiezer waar het om draait: daadkracht."

GroenLinks-leider Klaver ziet de aangekondigde plannen als een uitgestoken hand van de coalitie. Hij verwacht dat de VVD, het CDA, D66 en de CU na de Provinciale Statenverkiezingen hun meerderheid in de senaat zullen verliezen.

Klaver werpt zich nadrukkelijk op als kandidaat om het klimaatbeleid in de senaat aan een meerderheid te helpen.