De Tweede Kamer blijft bezorgd over het risico van beïnvloeding door het ministerie van Justitie en Veiligheid op onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Partijen vinden het een goede zaak dat het WODC letterlijk en figuurlijk meer op afstand komt te staan, maar betwijfelen of op het ministerie ook de noodzakelijke cultuurverandering heeft plaatsgevonden.

De Kamer debatteerde woensdag met minister Ferd Grapperhaus over de onderzoeken naar het reilen en zeilen van het onderzoeksinstituut die sinds vorig jaar zijn uitgevoerd. Aanleiding was een melding van een klokkenluider, wier klacht over politieke beïnvloeding van bepaald onderzoek niet serieus zou zijn genomen.

Niet alleen de oppositie toonde zich kritisch. Kamerlid Maarten Groothuizen van regeringspartij D66 had het over een "terugkerend patroon" van beïnvloeding en stelde dat "sommige ambtenaren het kennelijk acceptabel vinden om onderzoek te beïnvloeden".

Grapperhaus erkende een deel van de kritiek, maar zei ook dat er altijd contact tussen beleidsambtenaren en het WODC nodig zal zijn. Voor de zomer komt hij met nieuwe regels over de omgang tussen het ministerie en het onderzoeksinstituut. Ook zullen medewerkers op het ministerie onderzoeksresultaten van het WODC in de toekomst niet langer in een persbericht verwerken. Het WODC zal dat werk voortaan zelf doen.

Een flink deel van de kritiek was gericht op de voorgangers van Grapperhaus van VVD-huize, Ivo Opstelten en Fred Teeven. Volgens Madeleine van Toorenburg (CDA) was het ministerie onder hen verworden tot een "propagandamachine" en is het belangrijk dat Justitie en Veiligheid in de toekomst "nooit meer in handen is van één politieke kleur".