Het kabinet investeert voorlopig niet in één systeem voor het inchecken bij verschillende vervoerders in het openbaar vervoer (ov). Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur) schrijft maandagavond in een brief aan de Tweede Kamer dat de invoering van zo'n systeem te duur is.

Het invoeren van een eenduidig systeem zou de komende vijftien jaar 90 miljoen euro meer kosten dan het zal opleveren, aldus de staatssecretaris in de brief.

Reizigers in de trein, tram, bus en metro moeten nu in- en uitchecken als ze met verschillende vervoerders reizen. In de afgelopen jaren heeft de Tweede Kamer het enkelvoudig inchecken ter discussie gesteld, omdat dit huidige systeem niet gebruiksvriendelijk zou zijn. Door fouten bij het in- en uitchecken zouden mensen onnodig op kosten worden gejaagd.

De staatssecretaris heeft daarom de afgelopen maanden samen met partijen uit het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB), het samenwerkingsverband van vervoerders, overheden en consumenten, gekeken naar de voor- en nadelen van enkelvoudig inchecken. Daaruit is nu gebleken dat er steeds minder fouten worden gemaakt bij het in- en uitchecken. Ten opzichte van 2012 is het aantal fouten in 2017 met 50 procent gedaald.

'Apps kunnen in de toekomst eenmalig inchecken wel mogelijk maken'

Van Veldhoven schrijft onder meer dat het sluiten van de poortjes op stations de overstapproblemen heeft verminderd.

Ook de verbeterde reizigersinformatie en de invoering van de papieren OV-chipkaart die landelijk eenmalig gebruikt kan worden voor het reizen met verschillende vervoerders hebben gezorgd voor een afname van het aantal fouten.

Volgens de staatssecretaris kan de ontwikkeling van nieuwe technieken, zoals betalen via apps, het enkelvoudig inchecken in de toekomst wel mogelijk maken.