Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken hoeft niet alsnog te besluiten of er een referendum over het intrekken van het raadgevend referendum gehouden kan worden, oordeelt de Raad van State woensdag.

De Raad van State boog zich over een verzoek van de Stichting Meer Democratie. De stichting wil dat Ollongren alsnog een besluit neemt over een referendum over de afschaffing. De hoogste bestuursrechter benadrukt dat de wet waarmee het referendum is ingetrokken de referendumwet onmiddellijk 'overschrijft'.

"De wetgever heeft er ondubbelzinnig voor gekozen om een referendum over de intrekking van de referendumwet uit te sluiten", aldus de Raad van State. "De minister kan daar dus niet meer over besluiten."

Het intrekken van de Wet raadgevend referendum (Wrr) is een omstreden maatregel. Het kabinet maakte het onmogelijk om een referendum over de afschaffing van het raadgevend referendum te organiseren. Volgens de oppositie ontneemt het kabinet de kiezer daarmee de mogelijkheid om zich over de wet uit te spreken.

Intrekkingswet opgenomen in regeerakkoord

Het kabinet-Rutte III nam de afschaffing op in het regeerakkoord en maakte er een prioriteit van. Ollongren kreeg de opdracht om de afschaffing zo snel mogelijk door de Tweede en Eerste Kamer te krijgen.

In juli stemde de Eerste Kamer in met de afschaffing, waarmee er een einde kwam aan de wet die burgers in staat stelt een referendum te organiseren om het kabinet te vragen besluiten te heroverwegen.

Volgens het kabinet leidt het raadgevend referendum tot teleurstelling bij de kiezer, omdat het kabinet niet verplicht is om de uitslag over te nemen.

Naast de coalitiefracties VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, schaarde ook de SGP zich in de Eerste Kamer achter de afschaffing. PVV, SP, GroenLinks, PvdA en PvdD stemden tegen.