Het kabinet heeft vrijdag een ontwerp van het klimaatakkoord gepresenteerd. Daarin staan de plannen die in het jaar 2030 moeten leiden tot de helft minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990. De planbureaus moeten nu de effecten gaan doorrekenen.

In een 233 pagina's tellend document staan de maatregelen opgesomd. Het akkoord is opgedeeld in de sectoren mobiliteit, elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie en landbouw, de zogenoemde klimaattafels. Gezamenlijk tellen die op tot het gezamenlijk doel van een lagere uitstoot van broeikasgassen.

Over twaalf jaar moet het eerste CO2-doel van 49 procent minder uitstoot zijn bereikt, met een "doorkijkje" naar 55 procent minder, zoals premier Mark Rutte het formuleerde. In 2050 moet de reductie op 95 procent zijn uitgekomen.

Er ligt nog geen definitief klimaatakkoord. Volgens Rutte is die term "nooit gedefinieerd". Het belangrijkste is volgens hem dat het "haalbaar en betaalbaar" is. Dat zal over een aantal maanden blijken als het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) de maatregelen hebben doorgerekend. Daarna beslist de politiek, benadrukte Rutte.

'Niet één heilig pad'

Volgens Ed Nijpels, de voorzitter van de klimaattafels, is er nu niet "één heilig pad" naar 49 procent minder CO2-uitstoot. "Er zijn verschillende varianten die worden doorgerekend door het PBL en CPB."

Volgens Nijpels waren de gesprekken de afgelopen maanden "intensief en emotioneel". Omdat de plannen meestal geld kosten, moesten veel partijen "over hun eigen schaduw heen springen".

De planbureaus kijken de komende maanden of de klimaatmaatregelen kostenefficiënt zijn (zoveel mogelijk vermindering van tonnen CO2-uitstoot tegen zo weinig mogelijk geld) en wat het betekent voor de lasten en inkomenseffecten van voor burgers en bedrijven.

Milieuclubs zijn ontevreden

Die kostenverdeling leidde deze week al tot spanningen binnen de klimaatonderhandelingen. De milieuclubs en vakbond FNV besloten uit het overleg te stappen, omdat die zich niet kunnen vinden in hoe de industrie wordt belast. Het principe 'de vervuiler betaalt' zien zij niet terug in dit ontwerpakkoord.

De FNV maakt zich daarbij grote zorgen over de werknemers die in de kolenindustrie werken en straks hun baan verliezen vanwege de vergroening. Als zoals is afgesproken de kolencentrales sluiten, moeten zij gecompenseerd worden, meent de bond.

Nijpels zei nog de hoop te hebben dat de partijen niet definitief zijn vertrokken uit het overleg. De milieuorganisaties hebben ook veel invloed gehad, zei hij. "Op elke pagina zitten de vingerafdrukken van de milieuorganisaties."

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) wil niet spreken van één enkele grote dag. "We doen dit nu elke dag de komende 32 jaar. Wen er maar aan", zei de bewindsman over de weg naar het klimaatdoel in 2050 van 95 procent minder CO2-uitstoot.

Veel veranderingen voor automobilisten

Voor autorijders gaat er veel veranderen. Zo stijgt de accijns op diesel en benzine met 1 cent per 2020. Vanaf 2023 komt er bij diesel 2 cent bij. Ook gaat de motorrijtuigbelasting (MRB) omhoog, behalve voor voertuigen die geen schadelijke stoffen uitstoten.

Elektrische auto’s blijven tot 2024 vrijgesteld van de belasting die je moet betalen bij de aanschaf van een nieuw voertuig (BPM). Dat geldt ook voor de MRB.

Een elektrische auto wordt sowieso fors gesubsidieerd. Bij de aanschaf van deze emissieloze auto’s geeft de overheid vanaf 2021 een maximale aanschafsubsidie van 6.000 euro die afloopt naar 2.200 euro in 2030. De subsidie geldt alleen voor nieuwe voertuigen tussen de 40.000 en 60.000 euro.

Er wordt ook gekeken naar een vorm van rekeningrijden, maar dat ligt voor regeringspartij VVD zo gevoelig dat dit niet deze kabinetsperiode wordt ingevoerd. Dat was ook al zo afgesproken in het regeerakkoord.  

Er wordt ook gekeken naar een verbod op nieuwe auto’s die rijden op benzine of diesel per 2030. Zo moet het wagenpark langzaam maar zeker helemaal vergroenen. Het kabinet had al plannen dat vanaf dat jaar alleen nog maar elektrische auto’s verkocht mogen worden en probeert hierin op Europees niveau afspraken te maken.