Coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie blijven bij hun standpunt dat de rente op de studieschuld vanaf 2020 verhoogd kan worden, blijkt woensdag in de Tweede Kamer tijdens het debat over de in het regeerakkoord opgenomen maatregel.

De renteverhoging zorgt voor een betere houdbaarheid van de begroting op de langere termijn, vindt de VVD. "Ik wil geen toekomstige tekorten in onderwijs", zei Judith Tielen, Kamerlid van de grootste regeringspartij.

D66-Kamerlid Paul van Meenen is ervan overtuigd dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs niet in gevaar komt. "Ik zou hier nooit mijn handtekening onder zetten als er ook maar één persoon niet door zou kunnen studeren", zei hij.

Maar dat is juist wel de kritiek van veel oppositiepartijen. "Trek de wet alsjeblieft van tafel", zei PvdA'er Gijs van Dijk daarom. "Schuld dempt de ambitie", zei SP-Kamerlid Frank Futselaar.

Ook belangenorganisaties Landelijke Studentenvakbond (LSvb) en het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) hebben flinke kritiek op het plan.

Leden en jongerentak van CDA zijn tegen de maatregel

Voor het CDA was de maatregel misschien nog wel het lastigst te verdedigen. Het CDJA, de jongerentak van de partij, voert al enige tijd oppositie tegen het plan en kreeg begin november steun van de CDA-leden op een congres.

"Het was een heldere oproep van onze leden, maar we steunen de renteverhoging wel", zei CDA-Kamerlid Harry van der Molen. De hoop van de oppositie was met name op hem gericht vanwege het standpunt van het CDJA en de CDA-leden. Toch vindt ook Van der Molen het standpunt "verdedigbaar". "De kostenstijging voor afgestudeerden is beperkt", aldus de CDA'er.

De ChristenUnie was als vierde coalitiepartij tijdens het debat een opmerkelijke afwezige. Partijleider Gert-Jan Segers liet via Twitter weten dat alle vijf Kamerleden elders een debat aan het voeren waren.

Uitgerekend Segers uitte onlangs zijn zorgen in de Volkskrant over de millennials die volgens hem vermoeid en overbelast zijn. "Als jij school en vervolgstudie doorlopen hebt en je moet met 30.000 of 40.000 euro schuld de woningmarkt op, dan hangt dat als een molensteen om je nek", zei Segers tegen de krant.

Renteverhoging kost oud-studenten 5.000 euro 

Dit kabinet wil de rente op de studielening voor studenten in het hoger onderwijs vanaf 2020 koppelen aan de rente op staatsleningen van tien jaar die de overheid betaalt. Nu is de rente gekoppeld aan de rente op staatsleningen van vijf jaar.

Dat betekent in de praktijk dat de rente op de studieschuld van toekomstige oud-studenten zal stijgen. Bij een gemiddelde schuld van 20.000 euro loopt dat op tot in totaal 5.000 euro verspreid over 35 jaar. Dat levert de Staat in 2060 een besparing van 226 miljoen euro op.

Volgens het kabinet is deze bezuiniging nodig om het studiefinancieringsstelsel en de overheidsfinanciën houdbaar te houden.

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs) benadrukt bovendien dat de renteverhoging niet geldt voor de huidige studenten en oud-studenten, maar pas ingaat vanaf 2020.

Voor alle oud-studenten blijft gelden dat zij niet meer dan 4 procent van hun inkomen aan het terugbetalen van de studielening hoeven te betalen. Van Engelshoven denkt mede daarom dat de maatregel de toegang tot het hoger onderwijs niet belemmert. "We schatten in dat het nauwelijks tot geen gevolgen voor de toegankelijkheid heeft", aldus de bewindsvrouw.