Nederland maakt zich zorgen over de samenwerking tussen justitie en de rechterlijke macht binnen de Europese Unie.

Het dreigt bijvoorbeeld mis te gaan bij de voorgestelde nieuwe bevoegdheid van EU-landen om bij andere lidstaten digitale informatie over verdachten op te vragen, stelt minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid woensdag. Sommige landen willen volgens hem zo "voortvarend" optreden, dat zij de rechtsstaat opzijschuiven.

De Tweede Kamer is nog bezorgder dan de minister. Oppositie- en coalitiepartijen voelen niets voor het voorstel van de Europese Commissie om elektronisch bewijsmateriaal gemakkelijker uit te wisselen.

Dat kan vervelend uitpakken als een EU-land dat het niet zo nauw neemt met de rechtsstaat bijvoorbeeld in Nederland informatie opvraagt om daarmee een politieke rivaal het leven zuur te maken.

Landen hekelen 'revolutionaire en verstrekkende' gevolgen

Grapperhaus en bondgenoten als Duitsland en Hongarije willen dat een land dat bij een andere lidstaat gegevens opvraagt, dat moet melden bij het buurland in kwestie. In bijzondere gevallen moet de lidstaat daar zelfs een stokje voor kunnen steken, vinden ze. De landen hekelen de "revolutionaire en verstrekkende" gevolgen van het plan.

Een groot deel van de Tweede Kamer is beducht voor de teneur in het voorstel. Lidstaten dreigen hun laatste woord over justitie en de rechtsgang op sommige punten te verliezen, vrezen veel partijen.

Ook Grapperhaus is op zijn hoede, omdat zo'n nieuwe uitleg van de justitiesamenwerking waarschijnlijk geen stand houdt bij de rechter.

Het verzet van Nederland tegen het voorstel voor het delen van elektronisch bewijsmateriaal lijkt tevergeefs. Een meerderheid van de lidstaten is voor. Grapperhaus wijst er wel op dat het Europees Parlement zich er nog over moet uitspreken.